Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Betreur.

Voorbeeldzinnen (20)

Ik betreur het dat huis niet te hebben gekocht.

Ik betreur deze beslissing.

Ik betreur het eten van die oesters.

Ik betreur het dat ik gelogen heb.

Ik betreur wat tussen jou en mijn zus is gebeurd. Zij is niet meer zichzelf sinds ze dat ongeluk heeft gehad.

Ik betreur mijn beslissing.

Ik betreur mijn besluit.

Ik betreur mijn keuze.

Ik betreur het.

Ik betreur het dat ik u op 27 februari vanwege een onverwachte kwestie niet kan treffen.

Ik betreur wat er met haar gebeurd is.

Ik betreur het dat ik er niet meer welkom ben.

Ik betreur het ten zeerste.

Betreur dat er geen overleg is geweest met burgemeester, is iets dat ik altijd wél doe.

Daarom betreur ik deze actie.

Dat weet ik al heel lang en dat betreur ik ten zeerste.

Er waren een paar kleine voorvallen en schade door vernielingen, die ik uiteraard afkeur en betreur.

Ik betreur dat dat elders foutief is verwoord.

Ik betreur het, maar we zullen als regering blijven kijken naar mogelijkheden om een tegemoetkoming te bedenken.

Ik betreur wel dat de lgbtq-gemeenschap is geëvolueerd van een terechte strijd tegen discriminatie naar een aanval op het man-vrouwgezin dat nog altijd de hoeksteen van onze maatschappij zou moeten zijn.