Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bezitterig.

Bezitterig

Bezitterig | Bezitterige | Bezitterigheid

Bezitterig betekenis

van een persoon dat hij graag dingen of mensen bezit

Voorbeeldzinnen (20)

Misschien ben je erg bezitterig?

Ik ben enorm bezitterig.

Mijn vriend is bezitterig.

Ik ben bezitterig en dat is niet leuk.

Dat klinkt voor mij een beetje bezitterig.

Het klinkt heel bezitterig/beklemmend wanneer jou gevraagd wordt een keuze te maken.

Ik ben niet bezitterig, niemand is bezit, maar ik deel ook niet.

Hij herinnert zich ook dat hij orde op zaken wilde zetten in zijn leven, dat hij van plan was het uit te maken met Hélène die hem een beetje te bezitterig leek te worden en vooral dat hij haar een afscheidsbrief heeft geschreven.

Hoewel niet-bezitterig zijn een belangrijk aspect is van veel polyamoreuze relaties, is dit niet zo universeel als de andere waarden die hierboven beschreven zijn.

Jaloers en bezitterig als ze was, kwam het tot een machtsstrijd tussen haar en de Luna om de gunst van de koning.

Ik ben niet zo bezitterig.

Hij was jaloers en bezitterig en liet de zangeres samen met hun dochter uiteindelijk zonder een cent achter.

En aangezien Ankita vrij onzeker en bezitterig is over haar vriendje, zou ze deze vriendschappen afkeuren.

Zodra kampers niet meer zo bezitterig doen over hun meisjes zal ik donoren.

Met name het mannelijk geslacht is ontzettend jaloers en bezitterig.

Een vrouw die te bezitterig, te veel huisje-boompje-beestje was, hoorde door de intercom haar man vrijen met een ander.

Hij is stikjaloers en, ondanks zijn geafficheerde drang tot onafhankelijkheid, zeer bezitterig.

Ik begrijp mijn eigen gevoelens niet, schaam me ervoor en denk dat ik effectief te bezitterig ben, zoals ze mij verwijt.

Zo vertelde de voormalig voetbalvrouw aan : „Mijn voormalige partners waren allemaal erg bezitterig.

Haar naam, slechts een woord, maar zo bezitterig uitgesproken dat ze bijna een halsband om haar nek voelde.