Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Biechten.

Biechten

Biechten | Biecht

Biechten betekenis

het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft | het belijden van de eigen morele misstappen

Synoniemen van Biechten

Voorbeeldzinnen (20)

Je zou hem ons Here geven zonder biechten.

Ik wil biechten.

Je moet biechten.

Ik moet biechten.

Ze was ervan overtuigd dat Pierre meer wist dan hij op wilde biechten.

De gevangene mag elke maand maar één dag biechten.

En ik wil niet biechten tegen een callgirl.

Ik ben twee maanden niet komen biechten.

Ik ging biechten bij de enige priester die ik kon.

De confessionele krant weigerde zelf te biechten over dat feit en laadde daarmee op hoogst analoge wijze grote verdenkingen op alle artikelen & redacteuren bij Trouw.

Hij leek je beste vriend, deed je aan je grootvader denken, iemand tegen wie het makkelijk biechten is, tegenover wie een vrouw makkelijk breekt.

Maar boos of niet, Thomas eindigde zijn gesprek echter door op te biechten dat hij - ondanks alles - nog steeds hoopt op een verzoening met zijn vervreemde dochter.

Na zijn schietpartij stapte de jongen naar de speelplaats, waar hij zelf de politie belde om zijn daad op te biechten.

Stanley moet gewoon op bezoek bij de Paus in Rome om te biechten voir zijn zonden.

Tradities bleven overeind, zoals cafébezoeken, biljartwedstrijden, kerkelijke feesten of biechten in de moedertaal.

Allereerst voelde Johan zich vrij genoeg om op nationale televisie een verkrachting op te biechten.

Deze keer biechten verschillende lezeressen op dat ze tijdens de vakantie hun partner weleens achter het behang konden plakken.

Katholieken kunnen biechten om hun zonden te vergeven.

Managers moeten erop toezien dat werknemers zich vrij genoeg voelen om hun fouten op te biechten.

Om de overheid te dwingen om de waarheid op te biechten.