Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bijdehandje.

Bijdehandje

Bijdehandje | Bijdehand | Bijdehandjes

Bijdehandje betekenis

een slim en brutaal meisje

Voorbeeldzinnen (15)

Een bijdehandje zijn is er slechts één van.

Yogurt X? Weer zo’n werkeloos bijdehandje.

Dat had je zelf ook kunnen bedenken, bijdehandje.

Ik kan komen wanneer ik wil, want ‘U’ bent altijd thuis, want ‘U’ zit thuis, net zoals flopper de handjes op te houden, en die denkt hier Jantje bijdehandje te moeten uithangen.

Schrijf dan eens wat beter of houd het anders bij piepers bakken bijdehandje, en mieter die misselijke stoker van een Mezzadra er (weer) af.

Sodemieter op domme Kykuyu, ga lekker in Afrika het bijdehandje uithangen.

Verder heb ik weinig op met pandjesmelkers, maar hier is er sprake van een gevalletje "links bijdehandje wil voor een duppie op de eerste rang".

Moeten we jouw spelfouten eens gaan tellen, bijdehandje?

Jij dacht het bijdehandje te kunnen zijn om ook maar de kolonies van nederland erbij te betrekken.

Iemand die zichzelf bijdehandje noemt, daar moet je bij uit de buurt blijven.

Ze omschrijft zichzelf als bijdehandje.

Het leukste is als een bijdehandje je gecorrigeerd.

Het vrolijke drietal, waarover het in dit gezellige boekje gaat, heet Sylvia, de oudste en een klein bijdehandje, Ellen en de kleine Paultje, die nog op de kleuterschhol is.

Omdat ik niet altijd zin heb om tegen een muur van onvriendelijkheid aan te lopen en me dan - in mijn hoofd - gedwongen te voelen even het bijdehandje uit te uithangen, doe ik mijn boodschappen het liefst in De Bilt.

Ingeborg dan eens heel stil, dan weer eens een bijdehandje met mooie en vooral zuivere opmerkingen.