Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bijgebouwtje.
Voorbeeldzinnen (18)
Ik hoorde iets raars en ben naar dat bijgebouwtje gegaan”, wijst Vasja.
Alle losse prullenbakken en bloempotten zet hij nog even in het bijgebouwtje.
De kapel en een bijgebouwtje tegen de westgevel is het enige wat nog rest van dit complex.
De molen kreeg begin twintigste eeuw een hulpgemaal in een apart bijgebouwtje, eerst op stoom en later op diesel.
In schril contrast daarop heeft het bijgebouwtje een puntdak.
Tegen de korte gevel aan de zuidoostzijde is er een bijgebouwtje gebouwd.
Uit dit jaar stamt het woonhuis, het poortgebouw en een bijgebouwtje.
In een bijgebouwtje van de school viel woensdag een glazen pot met het product om, waardoor de stof vrijkwam.
In een bijgebouwtje van de kerk zitten ongeveer tweehonderd gevluchte mensen.
In het bijgebouwtje van de kerk hangt de geur van vers gezette koffie.
Ps,pas doen wanneer de PVV die dag niet aanwezig is in dat bijgebouwtje.
Alle stenen muren gaan neer, het bijgebouwtje, deuren, ramen; tot alleen nog het stalen geraamte rest.
In een bijgebouwtje is nog een plek.
Het huis werd gebouwd als landhuis met dienstwoning en bestaat uit een royale woning op een L-vormige plattegrond met aan de noordzijde een vierkant bijgebouwtje.
In het bijgebouwtje is een douche.
Naast het huis is een bijgebouwtje geplaatst.
Links van de boerderij staat een bijgebouwtje van rond 1880, de schuur rechts dateert uit 1873.
Van het kasteel blijven enkel een toegangshek, een bijgebouwtje, een ijskelder en een vervallen tuinmuur over.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl