Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bijtkracht.

Bijtkracht

Voorbeeldzinnen (20)

Het dier had twee keer de bijtkracht van een zoutwaterkrokodil en zo'n vijftig keer de bijtkracht van een mens.

Dus kunnen we de bijtkracht van de Sarcosuchus voorspellen.

Vechthonden zijn gefokt op agressie en bijtkracht.

De bijtkracht van inmiddels uitgestorven gigantische krokodillen – die wel meer dan tien meter lang konden worden – zou bijna drie keer groter zijn geweest.

De onderzoekers voerden vervolgens verschillende simulaties uit om te bestuderen in hoeverre de vorm van de oogkas invloed heeft op de bijtkracht.

In ruil voor de grotere bijtkracht, moest de dino naast helaas ook met piepkleine oogjes door het leven.

Maar, daarvoor in de plaats was de bijtkracht van indrukwekkend.

Mijn opa had op zijn 90ste zelfs zonder kunstgebit meer bijtkracht dan de tweede kamer.

De sterkste punten zijn dan nog niet genoemd, namelijk de onmiddellijke gasrespons en de bijtkracht van de remmen.

Ook moeten we concluderen dat de jonge T. rexen een 18 keer grotere bijtkracht hadden dan wij moderne mensen.

Bij elkaar had dit als effect dat de bijtkracht achteraan hoger lag dan gemiddeld en vooraan juist lager en er over de hele kaaklengte dus een groter spanningsverschil was.

Dat die kraag zoveel groter was zou dan een aanpassing zijn voor een overeenkomstig toegenomen bijtkracht.

De bijtkracht van de korsthagedis is zeer groot en het is niet eenvoudig het dier los te maken van het gebeten ledemaat zonder deze -of de hagedis- te beschadigen.

De brede kaken van deze vormen, die niet erg geschikt lijken om het water te doorklieven maar wel de lange tanden een grote bijtkracht konden geven, ziet hij als een aanwijzing voor deze hypothese.

De extreme verlenging is hydrodynamisch niet ideaal om de waterweerstand te minimaliseren en heeft daarbij het nadeel dat de bijtkracht van de voorste kaken vermindert.

De grote hoogte diende kennelijk dus niet simpelweg om de bijtkracht verhogen door een zware musculatuur.

De meeste kaken zijn voorzien van scherpe tanden, randen of hebben grote spieren waardoor ze enorm veel bijtkracht hebben.

De onderrand van het angulare kromt naar boven, het kaakgewricht ver boven de tandrij plaatsend, wat de bijtkracht verhoogt.

De rechte snuit zou een buiging weerstaan hebben en dus een grote verticale bijtkracht mogelijk hebben gemaakt.

De smalle opening aan de binnenzijde waardoor een spier vanaf de schedel in de holle onderkaak kon dringen, heeft maar een lengte van 5,3 centimeter wat duidt op een tamelijk geringe bijtkracht, die in verband gebracht is met de beperkte tandgrootte.