Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bijvoeglijk.

Bijvoeglijk

Bijvoeglijk | Bijvoeglijke

Bijvoeglijk betekenis

nader bepalend

Voorbeeldzinnen (20)

Als het syntactische hoofd van een naamwoordgroep een bijvoeglijk naamwoord is, dan is dit bijvoeglijk naamwoord zelfstandig gebruikt, bijvoorbeeld: Hij geeft niets aan de berooiden.

De afleiding van 'be-' met bijvoeglijk naamwoord bestaat zeker niet meer, maar mensen herkennen wel het patroon be+bijvoeglijk naamwoord.

De taalkundige versmelting van het bijvoeglijk naamwoord met het onderwerp, namelijk de groep of het individu, reduceert deze tot enkel het bijvoeglijk naamwoord: het onderwerp wórdt zijn eigenschap of kenmerk.

Normaal gesproken voegen we aan een bijvoeglijk naamwoord een -e toe als we het bijvoeglijk naamwoord willen verbuigen.

Nederlandstaligen beseffen zelf nauwelijks dat bij een onzijdig bijvoeglijk naamwoord na het onbepaalde lidwoord geen "e" komt na het bijvoeglijk naamwoord.

Bijvoeglijk naamwoord Het bijvoeglijk naamwoord verandert niet van vorm.

Als een zelfstandig naamwoord nu wordt voorafgegaan door een bijvoeglijk naamwoord, dan wordt dat bijvoeglijk naamwoord in een aantal gevallen verbogen: er komt een -e achter.

Het verbogen bijvoeglijk naamwoord is in het Nederlands een bijvoeglijk naamwoord met de uitgang -e, -er of -est.

Het verschil tussen de zinnen ligt er dan aan of er een bijwoord in de zin staat (niet verbogen, geeft informatie over een bijvoeglijk naamwoord) of een bijvoeglijk naamwoord (kan verbogen zijn, geeft informatie over een zelfstandig naamwoord).

In het Esperanto eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een a. Het meervoud wordt gevormd door toevoegen van een j.

We moeten van de cultuur van het bijvoeglijk naamwoord overgaan naar de cultuur van het zelfstandig naamwoord: ieder van ons is een persoon, een mens, van gelijke waarde.

Tom weet het verschil niet tussen een bijvoeglijk naamwoord en een bijwoord.

Dit is een bijvoeglijk naamwoord.

Dat is een bijvoeglijk naamwoord.

Het bijvoeglijk naamwoord eindigt op ''a''.

Het deel van een werkwoord, dat deels een werkwoord en deels een bijvoeglijk naamwoord is, wordt een deelwoord genoemd.

Alle drie beginnen dan met hetzelfde voorvoegsel: is een Grieks bijvoeglijk naamwoord, dat ‘recht’ betekent.

Wat willen de forummers eigenlijk met Sranan, is Sranan een bijvoeglijk gevalletje of een zelfstandige natie die met boeven zit opgescheept.

Ewoud Sanders omschrijft a als een ander woord voor ‘lieflijk, paradijselijk oord’; synoniem van het bijbehorende bijvoeglijk naamwoord Geoniemenwoordenboek 1995).

Hedendaags is kanker een bijvoeglijk naamwoord geworden.