Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bijwonen.

Bijwonen

Bijwonen | Bijwoning | Bijwoners | Bijwoner

Bijwonen betekenis

opzettelijk aanwezig zijn bij iets

Voorbeeldzinnen (20)

Livestreaming: zodat degenen die de uitvaart niet kunnen bijwonen, toch live op afstand het afscheid kunnen bijwonen.

Opname bijwonen Altijd al eens live uw favoriete VARA-programma willen bijwonen?

Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.

Ik zal de volgende vergadering bijwonen.

Ik kan de vergadering niet bijwonen.

Ik moet dit college bijwonen.

Ik moet deze les bijwonen.

Bijna iedereen die ik ken wil het concert van morgen bijwonen.

Het is onwaarschijnlijk dat Tom de vergadering zal bijwonen.

Ga je het feest bijwonen?

U had de vergadering moeten bijwonen.

Je had de vergadering moeten bijwonen.

Ik ga volgende week een concert bijwonen.

Het is niet nodig dat wij de vergadering bijwonen.

We kunnen er zelfs niet zeker van zijn dat Tom de vergadering zal bijwonen.

Ik zal het bijwonen.

Vanwege gezondheidsredenen kan ik het examen niet bijwonen.

Hoeveel uur besteed je aan het bijwonen van lessen op de universiteit?

Ik kon de vergadering niet bijwonen wegens ziekte.

Ik denk dat een van ons die vergadering moet bijwonen.