Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Binnenvader.
Binnenvader
Binnenvader betekenis
man die de dagelijkse leiding heeft over een weeshuis of andere zorginstelling waarbinnen mensen wonen
Voorbeeldzinnen (7)
De binnenvader had hier streng op toe te zien.
Het personeel bestond uit een binnenvader, twee binnenmoeders, een portier, een assistent en een boekhouder.
De binnenvader en moeder door Regenten, onder goedkeuring van het bestuur dezer gemeente aangesteld zijnde, zullen aan Regenten en Regentessen alle onderdanigheid moeten bewijzen en hen in hunne vergaderingen ten dienste moeten staan.
Ten tijde van de in Hoorn gehouden volkstelling van 1830 woonden in het Sint Jans Gasthuis een binnenvader en -moeder, een dienstmeid en een -knecht en 25 proveniers.
De bewoners bestonden bij de opening uit een binnenvader en -moeder en negen wezen.
Er werd ook nieuw personeel aangenomen, naast de binnenvader en de binnenmoeder.
Soms werden op de achtergrond ook anderen op het schilderij afgebeeld, zoals de binnenvader of -moeder, die de dagelijkse leiding over de liefdadigheidsinstelling had.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl