Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bladrand.

Bladrand

Bladrand | Bladranden

Bladrand betekenis

de rand van een blad

Voorbeeldzinnen (20)

De kleine maagdenpalm heeft een gladde bladrand, terwijl de de grote maagdenpalm een behaarde bladrand heeft.

Aan de voet van de middennerf ontspringen onder een zeer scherpe hoek twee zijnerven, die halverwege het blad tot aan de bladrand doorlopen.

Bij de kantieken en gebeden zijn er geen verluchte initialen, wel grote versierde initialen verder uitgewerkt in de bladrand bij het begin van elk gebed.

C. occidentalis var. grosseserrata onderscheid zich door blaadje met een gezaagde bladrand.

De 3-6 cm lange blaadjes zijn lancetvormig tot elliptisch met een fijngetande bladrand en gele nerven.

De afgeplatte bladeren hebben stekelharen die meestal op een klein zijslipje van de bladrand zitten.

De blaadjes van de eerste orde zijn gesteeld en die van de tweede orde vlezig, aan de voet versmald en met gave bladrand.

De bladbasis is afgerond of breed wigvormig; de bladrand is naaldvormig getand; de bladpunt spitsvormig.

De bladeren hebben een scherp gezaagde bladrand.

De bladeren van de soort zijn rond tot ovaal, met een lange bladsteel en een gekartelde bladrand.

De bladrand is dubbel gezaagd en heeft een scherp bladeinde.

De bladrand is getand en de nerven steken uit ten opzichte van het bladoppervlak.

De bovenste bladeren zijn min of meer stengelomvattend en lang-lancetvormig met een getande bladrand.

De langwerpige, driehoekig tot lancetvormige, 1-3,5 cm lange en 3-8 mm brede stengelbladeren zijn zittend en aan de basis pijlvormig of geoord en hebben een getande tot fijn getande bladrand.

De onderste, 10 mm lange en 4–8 mm brede bladeren zijn ovaal en hebben een getande of gezaagde bladrand.

De onderste bladeren hebben aan de bladrand en de middennerf verspreid staande haren.

De tongvormige tot langwerpige lancetvormige bladeren zijn spits, hebben geen rand aan de bladrand (in tegenstelling tot andere Fissidens soorten).

Die van de wijfjesvaren zijn eerder haak- of kommavormig, die van de stippelvaren zijn zeer klein en tegen de bladrand gelegen.

In het ‘Voustre demeure’ getijdenboek hangt hij op folio 14 het tekstgedeelte met touwen aan de bladrand vast.

Langs de bladrand zitten afstaande haren.