Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Blaft.
Voorbeeldzinnen (20)
Een ieder met slechts een werkende hersencel weet dat je de aerosolen dwars door je mondkapje heen blaft en dat de omgeving ze dwars door jouw mondkapje heen blaft.
Hij blaft als hij moet blaffen, tot zo ver alles in orde, maar… hij blaft ook als hij niet moet blaffen.
Een hond blaft tegen vreemden.
Uw hond blaft altijd naar mij.
Niet elke hond die blaft is een hond die bijt.
Er blaft een hond in de buurt.
Een hond blaft naar onbekenden.
Onze hond, die Jan heet, blaft naar iedereen.
Die hond blaft steeds.
De hond blaft. Hij slaapt niet.
Een hond blaft.
De hond blaft.
Mijn kat blaft.
De hond van mijn buurman blaft.
De hond van mijn buurvrouw blaft.
Toms hond blaft naar Mary.
Sami's hond blaft.
Sami zijn hond blaft.
Die hond blaft tegen iedereen die hij niet kent.
Die hond blaft tegen vreemden.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl