Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Blancheren.

Blancheren

Blancheren betekenis

het gedurende zeer korte tijd in kokend water gaar laten worden van voedingsmiddelen, zodat geur, smaak en uiterlijk optimaal behouden blijven

Voorbeeldzinnen (16)

Dus maak vooral een keer uw eigen wakamesalade, zo moeilijk is het niet: fijnsnijden, blancheren, dressing erover.

Koken in kokend water kan natuurlijk wel (blancheren) maar dat zou eerder van toepassing zijn als je dunne plakjes wilt garen.

Meestal wordt het product na het blancheren ondergedompeld in (ijs)water om het product te laten afkoelen en verkleuring en eventuele doorgaring tegen te gaan.

Blancheren, roerbakken: eenvoudig en heerlijk.

Geef onze politie eens heel snel carte blancheren om keihard op dit minderwaardige tuig in te slaan!

Groenten blancheren, vlees marineren en dan mooi met maximale waterverdamping gaar laten worden.

Aan het Germaans ontleend zijn middeleeuws Latijn blancus en andere Romaanse vormen: Frans blanc (zie ook blancheren); Italiaans bianco (zie blanco); Spaans blanco; Portugees branco; Provençaals blanc(a).

Het in onze contreien gevreesde blancheren van frieten wordt niet verplicht, wel aanbevolen.

De knolselderij schillen en in plakken van 1,5 cm snijden, nu staafjes van 5 cm snijden, deze blancheren in water met zout en opstoven met een klein klontje boter.

Daar na ga je de frieten blancheren in olie van ergens tussen de 110 en 120 graden.

Hier volgen een aantal stappen hoe u uw eten kunt blancheren.

Gebruik steeds een weinig ongeraffineerd Atlantisch zeezout bij het koken van granen, blancheren van groenten en het stoven van fruit.

Blancheren gebeurt altijd zonder deksel.

Blancheren in hete stoom Het product wordt in een stoomkoker geplaatst, waarna het juiste programma wordt ingesteld.

Door dit blancheren worden de enzymen ( proteasen ) inactief.

Uitsterving De Canadese broedplaatsen werden eerst geplunderd door hongerige matrozen, later in de 18e eeuw vestigden zich mensen op de eilandjes om de vogels neer te knuppelen, ze te blancheren en dan van hun dons te ontdoen.