Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bleekgeel.

Bleekgeel

Bleekgeel betekenis

een lichte gele kleur

Voorbeeldzinnen (20)

Bleekgeel blaasjeskruid bloeit van juni tot in augustus met bleekgele bloemen, die een bruin gestreept gehemelte hebben.

De keel en borst zijn wit en de onderstaartdekveren zijn bleekgeel.

De rups is dan altijd bleekgeel van kleur en is te herkennen aan de grote kop en verhoudingsgewijs grote, zwarte stekel aan de achterzijde.

De spiegelsymmetrische bloemetjes zijn 5-6 mm lang en bleekgeel.

De staart is afwisselend donker- en lichtbruin gebandeerd en de poten zijn bleekgeel.

Het eivormige, sterk toegespitste kafje van de vrouwelijke bloem is groenachtig tot bleekgeel en heeft een bruine, vliezige rand.

Het is een bleekgeel spinnetje met onduidelijke donkere vlekken op het lichaam.

Het is een opvallend gekleurde vogel met afwisselend zwart, wit en bleekgeel.

Het onderscheid tussen de laatste vier was voornamelijk de kleur: rufus (rood), albus (wit/blank), luridus (bleekgeel) en niger (zwart).

Ook de plaatjes verkleuren bij ouderdom: ze zijn eerst wit, later bleekgeel tot bleekbruin, waarna ze uiteindelijk ook zwart worden.

Het spinthout is bleekgeel en 30-50 mm breed.

Het kernhout is paarsachtig bruin, het spinhout bleekgeel tot licht roodachtig.

Uiterlijk: bleekgeel fonkelend met een groene weerspiegeling.

De bloemen zijn aan de buitenkant roodachtig en aan de binnenkant bleekgeel.

Bleekgeel gekleurde wijn uit het zuiden van Frankrijk.

De goudporieboleet is doorgaans bleekgeel van kleur.

De onderzijde van de staart is bleekgeel.

De onderzijde van de staart is bruinachtig bewaasd bleekgeel.

De bloemen zijn in het algemeen bleekgeel, maar er zijn ook planten met violette bloemen en planten met tweekleurige bloemen.

De helmknoppen zijn bleekgeel of wit.