Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Blekerij.

Blekerij

Blekerij | Blekerijen

Blekerij betekenis

bedrijf waar stoffen of vezels ontdaan worden van hun kleur als deel van de textielindustrie | deel van een wasserij waar witte stoffen na het wassen verder worden gebleekt

Voorbeeldzinnen (14)

Zij woont met haar gezin in een voormalige blekerij en laat ons even wat sfeer proeven.

De grootste werd begin van de twintigste eeuw de De Luiaard genoemd, naar de in 1914 afgebroken blekerij.

De persoon die een blekerij dreef of het bleken beoefende heette een bleker.

In 1871 begon Antonius Bolsius een blekerij van bijenwas te Schijndel.

LEUSDEN - 13 juni - 10.30 uur (De Koningshof, Blekerij 33): aangepast aan doven en slechthorenden.

Deze stichtte op de voormalige blekerij een buitenplaats en noemde deze ДBleekrustТ.

Het comptoir werd in de loop der jaren aanzienlijk uitgebreid en bezat niet alleen diverse woningen en pakhuizen maar ook een eigen blekerij, indigo-ververij en touwslagerij.

Zij was herbergierster op de Blekerij.

De zeepfabriek kwam voort uit blekerij Eemzicht, die in 1885 werd opgericht.

In eerste instantie beschikte de burgerij over een eigen blekerij, die binnen de stadsmuur aan de Grote Beek lag.

Verschillende bedrijven, zoals een vlasfabriek en een blekerij, vestigden zich langs een arm van de Leie in het zuiden van Ekkergem.

Aangezien de Spanjaertsmolen toch al op een lunet in de vestinggracht lag, werd deze lunet vanaf de 16e eeuw gebruikt om het militaire textiel in een nieuw gebouwde, daartoe bestemde, blekerij te bleken.

Deze blekerij bestond al voor 1900.

In het begin was dit de naam van de molen, later kreeg het de naam van de blekerij.