Blijcken is een Nederlands woord beginnend met de letter B. Met 2 voorbeeldzinnen zie je meteen hoe het woord in zinnen werkt.
Blijcken in een zin
Context rond Blijcken
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 36.5 woorden
- Plaats in de zin: 0 begin, 1 midden, 1 einde
- Zinsoorten: 2 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Blijcken
- In deze selectie staat "blijcken" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 36.5 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral schilderde en sal op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "blijcken".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn trou moet blijcken schilderde en zoo t blijcken sal uyt. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "blijcken" dicht bij woorden als aabahour, aabb en aafia, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met blijcken
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Aan het einde van de zestiende eeuw was hij in elk geval werkzaam in Haarlem, waar hij lid was van retoricakamer De Pelikaan en waarvoor hij in 1593 het blazoen Trou moet blijcken schilderde. (34 woorden)
Jae menich als verwoede, Heeft ghedorst nae mijn bloede 45 Noch sprack hy stout onbevreest, Ick ben de quaetste noyt gheweest, Zoo 't blijcken sal uyt mijn Sentency Voor elck in presency, Dit sprack hy met een stouten gheest. (39 woorden)
Jae menich als verwoede, Heeft ghedorst nae mijn bloede 45 Noch sprack hy stout onbevreest, Ick ben de quaetste noyt gheweest, Zoo 't blijcken sal uyt mijn Sentency Voor elck in presency, Dit sprack hy met een stouten gheest. (39 woorden)
Aan het einde van de zestiende eeuw was hij in elk geval werkzaam in Haarlem, waar hij lid was van retoricakamer De Pelikaan en waarvoor hij in 1593 het blazoen Trou moet blijcken schilderde. (34 woorden)
Voorbeeldzinnen (2)
Aan het einde van de zestiende eeuw was hij in elk geval werkzaam in Haarlem, waar hij lid was van retoricakamer De Pelikaan en waarvoor hij in 1593 het blazoen Trou moet blijcken schilderde.
Jae menich als verwoede, Heeft ghedorst nae mijn bloede 45 Noch sprack hy stout onbevreest, Ick ben de quaetste noyt gheweest, Zoo 't blijcken sal uyt mijn Sentency Voor elck in presency, Dit sprack hy met een stouten gheest.
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "blijcken" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "blijcken" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl