Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bloeit.

Bloeit

Bloeit | Bloeitijd | Bloeitijden

Voorbeeldzinnen (20)

De ruige zegge bloeit in mei en juni, maar bloeit soms ook nog later in het jaar.

Gewoon sterrenkroos bloeit zittend in de bladoksels van april en mei tot de herfst, maar meestal bloeit de plant in Nederland niet.

Als zo'n plant bloeit, dan bloeit hij in een groot gebied, soms zelfs zo groot als een continent of groter.

Het meisje bloeit op, gaat andere kleren dragen, leert te lezen en al snel bloeit er een romance op tussen haar en Frank.

De beschaving bloeit al honderden jaren in dit verborgen land.

Men moet het bloempje plukken, terwijl het bloeit.

Er bloeit een late roos in onze tuin.

Bamboe verspreid zich via ondergrondse wortelstokken en bloeit eens in de zestig tot honderdtwintig jaar.

Van de Lauwerszee tot aan de Eemsdollard, van Drenthe tot aan het Waddengebied, daar groeit en bloeit een wonderland rondom een wonderschone stad.

De lijsterbes bloeit. Het is tijd om vlas te zaaien.

De perzikboom is prachtig als hij bloeit.

Ongerichtheid bloeit, geweld heerst.

In de morgen bloeit het en schiet het op... des avonds verwelkt het en verdort.

Bloeit goed in warm weer.

Als ’t in november ’s morgens bloeit, wis dat de storm ’s avonds loeit.

Bloeit er iets moois tussen realityster Kylie Jenner en ‘Dune’-acteur Timothée Chalamet?

Bloeit er opnieuw iets tussen Leonardo DiCaprio en Gigi Hadid?

De bloem bloeit in de weken voorafgaand aan de Nederlandse Veteranendag op de laatste zaterdag van juni.

De lente is begonnen – tijd om te genieten van alles wat leeft, groeit en bloeit.

De vereniging bloeit enorm wat blijkt uit de grote opkomst tijdens de jaarvergadering en de aansluitende lezing van Bjorn van Snippenburg over “Hoe gaan we om met erfgoed”.