Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bloost.

Bloost

Voorbeeldzinnen (17)

In zijn aanwezigheid bloost zij meteen.

Thomas, in verlegenheid gebracht, bloost.

Maria, in verlegenheid gebracht, bloost.

Niemand blikt meer, laat staan dat er nog iemand bloost.

Als je tegen een kind zegt: ‘Wat heb jij prachtig gezongen,’ dan bloost het.

Een man die bloost, is tenminste nog niet helemaal een bruut.

Iemand die zich schaamt maakt zich klein, krimpt in elkaar, bloost en zou het liefst in de grond wegzakken, dat zie je aan zijn hele houding.

Iedereen die vijf minuten Dumpertreeten met Johnny "Papadag" Quid en René "Bloost harder alsdan zijn haarkleur" van Leeuwen gezien heeft, weet dat het aperte onzin is.

Peggie bloost nooit behalve die ene keer dat ie persoonlijk werd geraakt.

Hij voelt zich hier vaak niet echt prettig bij, hij bloost, kijkt weg, zijn hart gaan sneller kloppen.

Guus blikt of bloost er niet van dat hij al vijf keer beet heeft gehad.

Dat eerlijke was Monic Hendrickx ook opgevallen: 'Soms bloost hij, dat vind ik zo leuk.

De hoofdredacteur van heeft deze maand een redactioneel over mijn twitterblog geschreven *bloost* pic.

Ze bloost met al haar roze wangen.

Een brief bloost niet.

Je bloost een beetje.

Doch wees getroost, zie 't oosten bloost En Vlaand'rens zonne gaat aan 't dagen.