Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bluffen.

Bluffen

Bluffen betekenis

een onjuiste positieve indruk proberen te wekken | opscheppen | (bij uitbreiding) een voor de tegenstander misleidende tactiek toepassen, bijvoorbeeld bij kaartspelen

Voorbeeldzinnen (20)

Paarden die echt bijten bluffen niet, zodat je zelf ook niet zou moeten bluffen.

Tom was aan het bluffen.

Bij het pokeren bluffen spelers.

Geen twijfel mogelijk Worf, ze was aan het bluffen.

Probeer me maar af te bluffen.

Nee Ben, jij weet ondertussen hoe je moet bluffen.

Hé, hoe kwam je zo snel op dat idee, om te bluffen met die kogel?

Aan de ene kant bluffen de Russen over 'technisch superieure wapens', aan de andere kant zijn ze doodsbang vd westerse wapens, ze dreigen, maar uiteindelijk levert Engeland toch tanks.

Ach velen hier bluffen graag en doen net alsof ze dik verdienen en een Benz rijden.

Als u van '59 bent durf ik me hier nog wel uit te bluffen.

Ferarri gaat weer bluffen over pitten.

Daarnaast moeten de kandidaten zich ook een weg doorheen de vaag beschreven proeven bluffen: hoe ver kunnen ze geraken?

En de confronterende ruziezoekerij met iedereen om zichzelf steeds in de kijker te bluffen, trekt vooral een type stemmer dat buitenspel staat.

En de jongens en meisjes met hun babbel en blufbaantjes bluffen en babbelen maar door.

Had Musk maar niet af moeten zien van 'due diligence' en dan de beurswaarde omlaag bluffen.

Het is toch inmiddels (bijna) iedereen wel duidelijk dat Poetin vooral goed is in bluffen.

Hier zit veel zolderkamervolk met een oude fiets te bluffen.

Ik wil die druk niet altijd bij mezelf leggen, wat meer bluffen… Daar dienen de Wereldbekers voor richting WK.

In het professionele pokercircuit zou u zich een fortuin bij elkaar kunnen bluffen.

Maar de manier waarop het Canada lukte om België bij vlagen af te bluffen: dat zat er tegen vice-wereldkampioen Kroatië niet in.