Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Bochel.

Bochel

Bochel betekenis

een onnatuurlijk vergroeiing van de wervelkolom die tot een vervormde rug leidt | iemand met een bochel [1]

Synoniemen van Bochel

Voorbeeldzinnen (20)

De tweede wil zijn bochel ook wel kwijt en begint ook te vechten en ook zijn bochel belandt op de kerkdeur.

Hij krijgt de bochel die ooit van Lusmore was naast zijn eigen bochel.

Zorg dat haar kind geen bochel heeft.

Ben jij zo aan die bochel gekomen, door op je donder te krijgen van je meerderen?

Een auto met bochel?

En voor de rest wat Bochel zegt.

Ik deed alsof ik een soort bochel had, heb haar wallen extra goed aangezet en gebruikte zelfs donkere lenzen.

Ik vind je bochel een mooie uiting van je persoonlijkheid.

En die enge bochel blijft maar groeien.

Ze spreken altijd op café af, alsof ze thuis iets te verbergen hebben (in het beste geval een besnorde juffrouw van veertig met een bochel.

Alleen notoire leugenaars ontwikkelen een bochel.

De lammetjes worden geboren met een bochel, kromme poten of een verdraaide nek.

Die smeerlap met een bochel voorop.

En zijn bochel is plots verdwenen.

En z'n bochel groeit en groeit en groeit.

Twee mannen, de ene met een bochel, de andere met een houten been zitten elke avond samen op café.

Daarnaast ging hij letterlijk gebukt onder een bochel, had hij een relatief groot hoofd en kleine spillebenen.

Stel je voor dat deze rol door een zwarte lesbische moslima met een bochel gespeeld zou worden, de seksisme-, racisme- en homofobie verwijten zouden niet van de lucht zijn.

Philip is hoogbegaafd, maar mismaakt: hij heeft een bochel.

Die vent rechter foto met een bochel is klokkenluider.