Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Boeier.

Boeier

Boeier betekenis

oud type zeilschip, nu vooral gebruikt voor pleziertochten

Voorbeeldzinnen (13)

Voor het project van Boom tot Boeier wordt in de historische scheepswerf van Klaas Hennepoel bij Oegstgeest een boeier, een houten zeilboot, gebouwd van een 150 jaar oude eik.

De schildpad heeft de naam Boeier gekregen, vernoemd naar het schip van de vissers die het dier vonden.

Het lerarentekort zorgt voor een bijzondere start van het schooljaar op De Boeier in Lelystad.

De route was toen nog Hof van Spaland - Boeier - Harreweg.

Het schip is eigendom van de 'Stichting Vrienden van Skûtsje d'Halve Maen en Boeier Albatros'.

Koch in 2010 met een van de door hemzelf gemaakte platbodems, een Friese boeier.

Zaterdagochtend ontstond flinke schade aan twee auto's op de Boeier in Schiedam, nadat een bestuurder onwel was geraakt.

Friesland had al sinds de 17e eeuw een eigen schip, sinds 1953 de boeier Friso.

Volgens bewoners van de Boeier staat de wijk met name op woensdagmiddag en in het weekend stampvol.

De tsaar kocht een roeiboot, twee dagen later een boeier, timmergereedschap en meldde zich op een scheepswerf met de vraag of hij er mocht komen werken.

Bicker vluchtte het land uit, maar onderweg kreeg de boeier in de Dordtse Kil een aanvaring met het Admiraliteitsjacht en hij vreesde voor zijn leven.

Bij de Koekoeksbloemlaan en de Boeier is een waterpartij.

Op 25 augustus vluchtte de tsaar in zijn boeier naar Amsterdam, opnieuw vanwege de grote menigte die nieuwsgierig was naar die man.