Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Boekhouder.

Boekhouder

Boekhouder betekenis

iemand die de inkomsten en uitgaven van een organisatie bijhoudt

Voorbeeldzinnen (20)

Als deze ervaren boekhouder bijvoorbeeld in Amsterdam woont, kiezen ondernemers er toch voor om in zee te gaan met een boekhouder op 3 uur afstand.

Henry Kiezer was zowel zijn eigen boekhouder, als de boekhouder van de verkopende partij en heeft die behoorlijk opgelicht cq een oor aangenaaid.

Volgens de dakdekker en zijn partner omdat de boekhouder "er de brui aan had gegeven", maar de boekhouder op haar beurt stelde dat ze onder meer was afgehaakt omdat ze niet kreeg uitbetaald.

Die rare boekhouder in ons hoofd In ons hoofd zit een boekhouder.

Hij is vaak neergezet als een in-saaie boekhouder (hoewel hij helemaal geen boekhouder is).

Een boekhouder noteert iedere week de inkomsten en de uitgaven van het bedrijf.

Tom is boekhouder.

Tom is geen boekhouder.

De boekhouder en de kassier zijn broers.

Ik was boekhouder voordat ik leraar werd.

Nooit een grappige boekhouder gekend.

Hij is geen voormalige boekhouder van de maffia in getuigenbescherming.

Ik ben maar een boekhouder.

Vijf jaar geleden verdween boekhouder Frank Arnestos met geld van de kerk.

Ach, een creatieve boekhouder is altijd beter dan een boekhouderige creatieveling.

Boekhouder droogstoppel rekent voor dat de Nachtwacht eigenlijk moet worden gewaardeerd op het aantal uren dat Rembandt heeft gekwast tegen het tarief van een touwslager of mandenmaker.

De afgelopen week sprak het met oud-werknemers en met mensen uit de omgeving van de boekhouder die samen met zijn echtgenote jarenlang voor het notariskantoor in Veldhoven werkte.

De naam Asscher zorgt ook nog steeds voor nachtmerries bij de boekhouder van de Gemeente Amsterdam.

Een boekhouder heeft miljoenen verduisterd bij een notariskantoor in het Brabantse Veldhoven, onder de rook van Eindhoven.

Een gedegen boekhouder was wat het eiland nodig leek te hebben na enkele wilde jaren.