Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Boendale.
Boendale
Voorbeeldzinnen (20)
In verschillende oorkonden in de stedelijke archieven van Antwerpen uit die periode vond men de tekst: Johannes dictus de Boendale Clericus Oppidi (Jan genoemd van Boendale klerk van de stad).
Algemeen wordt aangenomen dat dit gedicht van de hand van Boendale is, maar volledige zekerheid hierover is er niet.
Behalve schepenklerk was Boendale ook een zeer productief dichter, historiograaf en moralist, al weet men nog steeds niet zeker welke werken van zijn hand zijn.
Boendale kende Latijn en genoot dus waarschijnlijk een formele opleiding tot geestelijke, het is echter niet zeker of hij de functie als dusdanig heeft uitgeoefend.
Boendale schreef zelf in zijn inleiding dat hij de Brabantse geschiedenis zo waarheidsgetrouw mogelijk probeert te verhalen: Daer bi hebbic mi ghenome ane / Dat ic die waerheit wille ontdecken.
Een van de voornaamste redenen die men aangevoerd heeft om het auteurschap van Boendale in twijfel te trekken, is de prominente rol van de vrouw.
Over het auteurschap van het Boec vander wraken is lange tijd discussie gevoerd, maar de meeste onderzoekers zijn het er tegenwoordig over eens dat Boendale de auteur is.
Toch staat Boendale met zijn Der leken Spiegel veel verder dan zijn collega-dichters uit de middeleeuwen.
Het hele gebeuren en vooral de gruwelijke dood die de revolteleiders te beurt viel, werd later door de middeleeuwse historiograaf en kroniekschrijver Jan van Boendale (ca. 1280-1351) in één van zijn werken uitvoerig beschreven.
Jans Teesteye (tussen 1330 en 1334) In Jans Teesteye probeert Boendale, aan de hand van een dialoog tussen zijn alter ego Jan en zijn vriend Wouter, zijn lezerspubliek ervan te overtuigen dat de tijden nu even goed als of zelfs beter zijn dan vroeger.
Boendale baseerde zich op verschillende bronnen, waaronder de Chronica de origine ducum Brabantiae (1294) en enkele andere genealogieën van de Brabantse hertogelijke dynastie.
De lekenethiek Hoewel Boendale zijn werk vaak opdraagt aan edellieden, lijkt het in de eerste plaats te zijn bedoeld voor een stedelijk publiek.
Door de helden uit het verleden op te hemelen, prees Boendale dus zijn eigen volk en hertog.
In zijn eerste boek vertelt Boendale dat de Brabantse hertogen van de Trojanen afstammen.
Waarom Boendale juist zo positief stond tegenover de veertiende-eeuwse maatschappij, kan op drie manieren verklaard worden.
Zo ziet Boendale in de mode en de muziek van zijn tijd aanduidingen dat het Laatste Oordeel nadert of zelfs al is aangebroken.
Behalve schepenklerk was Boendale ook een zeer productief dichter, historiograaf en moralist, al weet men nog steeds niet zeker welke alle de werken van zijn hand zijn.
Boendale schenkt hierbij speciale aandacht aan Jezus' kindertijd, een periode die in de evangelies amper voorkomt.
Een eeuw later nam Jan van Boendale de draad terug op in zijn Brabantsche Yeesten (1316).
Jan van Boendale Twee wetenschappers, Johannes F.J. Van Tol en Jo Reynaert, hebben zich over dit vraagstuk gebogen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl