Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Boffen.

Boffen

Boffen | Boff | Boffer

Boffen betekenis

geluk hebben

Synoniemen van Boffen

Voorbeeldzinnen (20)

We boffen dat we nog leven.

We boffen dat het weer zo mooi is.

Jullie boffen echt met z'n drieën.

Jullie drie boffen echt.

Dat ik zo heb kunnen boffen.

Ik noem in leven zijn boffen.

Met alle kritiek die ik op de horeca heb – veel slechte kwaliteit, schreeuwend duur, onattente bediening, generieke gerechten die je op bijna elke kaart vindt – staat voor mij vast dat we óók boffen met geweldige restaurants en getalenteerde chefs.

De javanen boffen dat ze voor het herdenken van hun immigratie geen verlof hoeven te vragen omdat die dag samenvalt met de dag van de Inheemsen.

Ja, dat gewone mensen zoals wij alsmaar niet begrijpen dat wij zo boffen met al die verrijking, zou je toch van de elite mogen verwachten dat zij ieder contact met deze doelgroep zouden omarmen?

Ja, en de Oeigoeren boffen ook maar dat ze in China wonen.

Jullie kinderen boffen enorm, al die veelzijdige dingen die jullie met ze doen!

Luttekikker mag kiezen uit beffen, baffen of boffen.

Wilhelmina Grunberg, Benali, we boffen maar met deze intellectuele zwaargewichten.

Boffen is voor je kinderen zorgen.

De hele familie, bouta, vrouw, zoon bouta allemaal criminelen, Boffen.

Die senioren boffen maar, ik krijg nooit 2 meiden op bezoek die vrijwillig naar binnen willen.

Gelukkig is de EU niet zo, dringt ons helemaal geen extra lidstaten op, duwt ons geen ongewenste grondwet door de strot, sluit geen Marrakesh pact tegen onze zin (binnenkort versie 2.0) voor nog meer cultuur verrijking, nee wij boffen maar met de EU toch?

Iets zegt mij dat we nog boffen dat dit op een belegering is uitgelopen.

Wat dat betreft boffen wij dat het tuig hier heer en meester is.

Wij boffen met een eigen huisje in de Hautes Alpes (op de Céuze); daar zijn legio mogelijkheden.