Voorbeeldzinnen (20)
Tom boft dat Mary hem niet heeft geslagen.
Hij boft maar.
Hij boft dat hij jou heeft.
Je boft dat ze je niet afgemaakt en aan de honden gevoerd hebben.
Mary boft dat ze zoveel vrienden heeft.
Mary boft dat ze zoveel vriendinnen heeft.
Je boft echt dat je hier woont!
Je boft dat de krijgsraad je wordt bespaard.
Kolo boft dat hij nog leeft.
U boft dat u nog leeft.
Je boft, de anderen hadden je laten verdrinken.
En hij boft als hij de omstandigheden van z'n dood mag bepalen.
Hij boft maar, die Jim Terrier.
De rentenierswoning boft maar met haar eigenaar.
De veertigjarige routinier boft naar eigen zeggen met de vele momenten die ze de afgelopen vijftien jaar op de fiets heeft meegemaakt.
En Truus jij boft maar, we gaan linea recta naar Gassan voor een Rolex we hebben immers een bak geld bespaard op die miljoen komkommers die we ieder jaar vreten!
Nissan boft wat dat betreft met Renault en hun Renault Trucks divisie, het is de tak die verantwoordelijk is voor de trucks van het Franse merk die de bedrijfswagens doet.
Sybil boft, maar dat is ongetwijfeld geheel wederzijds.
U boft dat u een sterretje heeft om af te vegen.
Wie in de omgeving van Putten woont, boft.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl