Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bokkenpruik.

Bokkenpruik

Bokkenpruik betekenis

alleen in de ~ ophebben: slecht gehumeurd zijn

Voorbeeldzinnen (5)

Van Geylebok weet ik het, die heeft zo’n masker en bokkenpruik op z’n kop.

Wie de bokkenpruik op heeft, zit niet zo lekker in zijn of haar vel.

Ik heb de uitzending niet gezien, maar even een vraagje, had ze heur pietenpruik op of heur bokkenpruik.

Wie heeft de grootste bokkenpruik op?

SGP heeft bokkenpruik opgezet.