Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Boomgroep.

Boomgroep

Boomgroep | Boomgroepen

Boomgroep betekenis

een groep bomen in een verder relatief opener landschap

Voorbeeldzinnen (8)

De anolis leeft in vochtige bossen op bomen en in struiken tot enkele meters hoog en heeft een voorkeur voor de wat open landschappen met hier en daar een boomgroep en lage vegetatie.

Voor De Reehorst ligt een groot gazon met een vijver en een boomgroep op een heuveltje, het geheel omgeven door bomenranden.

De boomgroep, iets links-boven de basis van de hoogspanningsmast moet verdwijnen.

Die zijn lichter en grijzer groen – wat we goed zien aan het contrast met de hoge boomgroep in het midden waarvan, zo tegen de licht bewolkte hemel, het groen veel donkerder is.

Na wat nadenken komt hij zelf tot de conclusie dat het vrouwtje zijn geweten is, afgesplitst in de boomgroep.

Vervolgens valt hij in blikken lichtgevende wegwerkverf, die onbeheerd bij een gevaarlijke boomgroep staan.

Bij de boomgroep wachten Hocus Pas en Alma het laatste uur van hun weddenschap af.

Hocus Pas denkt dat heer Bommel de menigte in de boomgroep wil lokken en zo zal de menigte splijten.