Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bosranden.

Bosranden

Bosranden | Bosrand

Voorbeeldzinnen (20)

Bosranden die worden gedomineerd door Amerikaanse vogelkers zijn in Nederland bijvoorbeeld arm aan braamsoorten.

Buizerds jagen meestal in open biotopen en nestelen in bosranden.

De adder, de ringslang en gladde slang zijn te vinden op heideterreinen, maar ook in bermen en langs bosranden.

Door bosranden langs akkers gaat het, maar ook diep de bossen in, door eiken- en beukenlanen en rond een heideveldje – fraai omringd door loofbomen, de ultieme combinatie.

Het diertje houdt van de warmte en is vaak te vinden op bloemen die in de bosranden leven.

Als je als pedo al zo gelukkig bent dat ze je vrijlaten, heb dan maar voldoende respect en dank om van de bosranden en kinderspeeltuinen weg te blijven.

Bosgroep Antwerpse Gordel en de gemeente Wuustwezel slaan de handen in elkaar voor betere bosranden.

Toch zijn er vlieren die de moeite waard zijn, niet alleen als stoffering van het landschap, in heggen en langs bosranden, maar ook als struik voor de tuin.

Daarbij wordt onder meer gewezen op recent onderzoek van de UGent-onderzoeksgroep Forest & Nature Lab, waaruit blijkt dat kleine bossen “echte CO-stofzuigers” zijn omdat er vooral in bosranden veel koolstofopslag is.

Opvallend genoeg troffen de onderzoekers de slangen het vaakst aan in loofbossen, langs bosranden en in verlaten gebouwen.

Bomen werden gerooid en bosranden gekapt om gebieden met mekaar te verbinden.

Bosvlinders hebben het moeilijker gekregen omdat zij gebonden zijn aan zonnige plekken, zoals open plekken en bosranden, of aan heel open bossen, bijvoorbeeld hakhout.

De basterdduizendknoop komt voor op vochtige, voedselrijke grond in bermen, aan bosranden, op spoordijken en aan beekoevers.

De beklierde heggenroos komt voor op vrij droge, kalkhoudende grond op zeeduinen, zonnige bosranden, hellingen, in hagen, struwelen en grazige ruigten.

De blauwnekpapegaai komt voor in bossen en bosranden tot zo'n 1000 meter boven zeeniveau.

De brandlobelia komt voor op zonnige tot licht beschaduwde vochtige, matig voedselarme grond in bossen, langs bosranden en op heidevelden.

De Filipijnse snijdervogel leeft in primaire en secundaire bossen en bosranden tot 1000 meter.

De geelrughoningzuiger komt algemeen voor in secondair bos, bosranden en agrarisch gebied.

De habitat beslaat allerlei biotopen van grasland tot bosranden, maar geen dichte vegetatie.

De habitat verschilt enigszins per soort en bestaat uit uiteenlopende gebieden, van bosranden en duinen tot zandverstuivingen of meer vochtige delen van bossen.