Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bouwpastoor.

Bouwpastoor

Voorbeeldzinnen (20)

Bouwpastoor Crouwers wil de bouw in eigen beheer houden en om kosten te besparen, richt hij een eigen steenfabriek op.

Bouwpastoor W.H. Klijn had het plan om een kathedraal voor Tilburg te bouwen.

De kerk werd op 1 mei 1897 opgeleverd en op 16 mei van datzelfde jaar ingezegend door bouwpastoor Nicolaas Franciscus Elsen.

Een directere link met de naam ‘Andries’ is er echter ook: het was de vader van bouwpastoor J. van Oosterhout.

In 1948 werd pastoor Bende als "bouwpastoor" aangesteld.

In de beginjaren 60 werd hij bouwpastoor van de Andrieskerk.

Op 27 september 1910 werd de eerste steen gelegd door bouwpastoor Bonenkamp en pastoor Reuvekamp (de pastoor van de Martinusparochie in Didam).

P.J.M. Matthijsen was de bouwpastoor; de kerk is genoemd naar inspirator pastoor Joseph Schoots.

Tegelijkertijd ging kapelaan J.A. Blonk aan de slag als bouwpastoor voor een nieuwe kerk.

In Nederland ben ik de enige bouwpastoor, zoals wij dat noemen.

Niemand heeft ons dan ook beticht van kiezersbedrog of stemmenroof, zelfs niet vanuit de andere politieke partijen, totdat begin vorig jaar de “bouwpastoor” van de nieuw op te richten CDA-afdeling het nodig vond om dit soort woorden te gebruiken.

Zelf pakken ze overigens nog wel even terug op de uitspraken van, zoals zij het noemen ‘bouwpastoor’, CDA’er Noël Suurmeijer.

Pastoor van der Weerden -de bouwpastoor in deze- zien we in de film de communie uitreiken.

Met die woorden reageert schooldirecteur en 'bouwpastoor' Jos Geerts op het begin van de verbouwing.

Theo van Dongen, 'bouwpastoor' zoals hij zichzelf noemde, is tijdens deze bijeenkomst benoemd tot erelid van de vereniging.

Volgens 'bouwpastoor' Hans van Lokven van de Eindhovens/Boxtelse instelling kunnen de 1700 leerlingen er begin september naar school.

Hij werd bouwpastoor en schiep veel vreugde uit de contacten met architecten en bouwers.

In de inventarislijst met gemeentelijke monumentenlijst die in 1991 is opgesteld, wordt gemeld dat villa Eras in 1910 is gebouwd voor de ouders van Frans Eras, de bouwpastoor van de Heilig Hartkerk.

Omdat de bouwpastoor - alias facility manager - ook is begonnen met budgetteren en plannen, zal hij zich min of meer verantwoordelijk blijven voelen voor de haalbaarheid ervan.

Dat het niet altijd gemakkelijk was voor de parochieraad om samen te werken met een actieve bouwpastoor is vanzelf-sprekend.