Willekeurig woord

Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Bouwpastoor. Ontdek hoe je het woord correct gebruikt in een zin.

Zeldzaam woord

Bouwpastoor in een zin

Gebruik van Bouwpastoor

  • In het voorbeeldencorpus komt bouwpastoor vaak voor in combinaties zoals: bouwpastoor van, de bouwpastoor, als bouwpastoor.

Context rond Bouwpastoor

  • Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 18.9 woorden
  • Plaats in de zin: 6 begin, 8 midden, 6 einde
  • Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen

Corpusanalyse van Bouwpastoor

  • In deze selectie staat "bouwpastoor" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 18.9 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
  • Direct rond het woord vallen vooral noemen, dongen, actieve, crouwers, nicolaas en aangesteld op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "bouwpastoor".
  • Herkenbare gebruikssignalen zijn bende als bouwpastoor aangesteld en bouwpastoor crouwers wil. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
  • Qua corpusfrequentie ligt "bouwpastoor" dicht bij woorden als aalsterweg, aanbetalingen en aanboord, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.

Voorbeeldtypes met bouwpastoor

Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:

In 1948 werd pastoor Bende als "bouwpastoor" aangesteld. (8 woorden)

In de beginjaren 60 werd hij bouwpastoor van de Andrieskerk. (10 woorden)

In Nederland ben ik de enige bouwpastoor, zoals wij dat noemen. (11 woorden)

Niemand heeft ons dan ook beticht van kiezersbedrog of stemmenroof, zelfs niet vanuit de andere politieke partijen, totdat begin vorig jaar de “bouwpastoor” van de nieuw op te richten CDA-afdeling het nodig vond om dit soort woorden te gebruiken. (40 woorden)

In de inventarislijst met gemeentelijke monumentenlijst die in 1991 is opgesteld, wordt gemeld dat villa Eras in 1910 is gebouwd voor de ouders van Frans Eras, de bouwpastoor van de Heilig Hartkerk. (32 woorden)

Omdat de bouwpastoor - alias facility manager - ook is begonnen met budgetteren en plannen, zal hij zich min of meer verantwoordelijk blijven voelen voor de haalbaarheid ervan. (26 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Bouwpastoor Crouwers wil de bouw in eigen beheer houden en om kosten te besparen, richt hij een eigen steenfabriek op.

Bouwpastoor W.H. Klijn had het plan om een kathedraal voor Tilburg te bouwen.

De kerk werd op 1 mei 1897 opgeleverd en op 16 mei van datzelfde jaar ingezegend door bouwpastoor Nicolaas Franciscus Elsen.

Een directere link met de naam ‘Andries’ is er echter ook: het was de vader van bouwpastoor J. van Oosterhout.

In 1948 werd pastoor Bende als "bouwpastoor" aangesteld.

In de beginjaren 60 werd hij bouwpastoor van de Andrieskerk.

Op 27 september 1910 werd de eerste steen gelegd door bouwpastoor Bonenkamp en pastoor Reuvekamp (de pastoor van de Martinusparochie in Didam).

P.J.M. Matthijsen was de bouwpastoor; de kerk is genoemd naar inspirator pastoor Joseph Schoots.

Advertentie

Tegelijkertijd ging kapelaan J.A. Blonk aan de slag als bouwpastoor voor een nieuwe kerk.

In Nederland ben ik de enige bouwpastoor, zoals wij dat noemen.

Niemand heeft ons dan ook beticht van kiezersbedrog of stemmenroof, zelfs niet vanuit de andere politieke partijen, totdat begin vorig jaar de “bouwpastoor” van de nieuw op te richten CDA-afdeling het nodig vond om dit soort woorden te gebruiken.

Zelf pakken ze overigens nog wel even terug op de uitspraken van, zoals zij het noemen ‘bouwpastoor’, CDA’er Noël Suurmeijer.

Pastoor van der Weerden -de bouwpastoor in deze- zien we in de film de communie uitreiken.

Met die woorden reageert schooldirecteur en 'bouwpastoor' Jos Geerts op het begin van de verbouwing.

Theo van Dongen, 'bouwpastoor' zoals hij zichzelf noemde, is tijdens deze bijeenkomst benoemd tot erelid van de vereniging.

Volgens 'bouwpastoor' Hans van Lokven van de Eindhovens/Boxtelse instelling kunnen de 1700 leerlingen er begin september naar school.

Hij werd bouwpastoor en schiep veel vreugde uit de contacten met architecten en bouwers.

In de inventarislijst met gemeentelijke monumentenlijst die in 1991 is opgesteld, wordt gemeld dat villa Eras in 1910 is gebouwd voor de ouders van Frans Eras, de bouwpastoor van de Heilig Hartkerk.

Omdat de bouwpastoor - alias facility manager - ook is begonnen met budgetteren en plannen, zal hij zich min of meer verantwoordelijk blijven voelen voor de haalbaarheid ervan.

Dat het niet altijd gemakkelijk was voor de parochieraad om samen te werken met een actieve bouwpastoor is vanzelf-sprekend.

Advertentie

Veelvoorkomende combinaties met bouwpastoor

Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je "bouwpastoor" in een zin?
Een voorbeeld: "Bouwpastoor Crouwers wil de bouw in eigen beheer houden en om kosten te besparen, richt hij een eigen steenfabriek op." Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met het woord "bouwpastoor" uit authentieke Nederlandse teksten.
Hoeveel voorbeeldzinnen met "bouwpastoor" zijn er?
Op Voorbeeldzinnen.info staan minstens 10+ voorbeeldzinnen met "bouwpastoor", uit een database van meer dan 16 miljoen Nederlandse zinnen.