Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bozer.

Bozer

Voorbeeldzinnen (20)

Hij werd bozer en bozer en terwijl hij met de weinige tanden die hij overhad, wild om zich heen beet, schampte hij af en toe het keffertje, waardoor ook dat dier veel bloedverlies leed.

Lachen met Martin van Rossum, wie had dat gedacht (n.a.v. die onwillige vaccinatieMarokkaan) : "Bozer, bozer.

Het volk wordt alleen maar bozer en bozer op links.

Het volk wordt bozer en bozer.

Ik werd steeds bozer en bozer op dit onbeschaamde en onverholen intersectionele en interraciale racisme.

En ondertussen sluimert de onvrede door, wordt La Kloof dieper en dieper en de man met de alpinopet en het stokbrood onder zijn arm in de straat bozer en bozer.

Maar ik werd bozer en bozer.

Dat zorgt alleen maar dat die jongens bozer en bozer worden.

Op de publieke tribune voelde je mensen bozer en bozer worden; ze verlieten met rode hoofden het gemeentehuis.

Ze werden steeds bozer.

Ik weet heel goed dat er weinig is dat mijn vrouw bozer maakt dan te worden onderbroken.

Hij wordt steeds sterker als hij bozer wordt.

Dat ik in slobberige sportkleding moet lopen en mijn team dit jaar alweer niet mee mag met het uitje, maakt me – na deze dag vol interviews over ongelijkheid – bozer dan normaal.

De boer werd nog bozer en hij gooide de hele toegang tot zijn land vol met enorme rotsblokken.

En hoe meer ik me erin ging verdiepen, hoe bozer ik werd.

Het schijnt trouwens dat ze nog bozer worden als je begint over hun moeder.

Hoe meer ik lees over dit mislukte mens, hoe bozer ik word.

Ik word echt hoe langer hoe bozer op die hele linkse kliek.

Ik zie ook om me heen dat andere uitzendkrachten bij Albert Heijn alleen maar bozer worden.

In de jaren na die aanslag in Apeldoorn werd ik bozer, ging ik me afzonderen, sliep ik slecht en in m’n relatie was ik niet tof.