Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Brandklok.

Brandklok

Brandklok betekenis

een noodklok die men luidt als er brand is; ook in figuurlijke zin

Voorbeeldzinnen (5)

De klok diende ook als brandklok en als signaal dat de stadswaag kon worden gebruikt.

Dit was de zogenaamde Brandklok die werd geluid om de Nijkerkse bevolking te waarschuwen bij calamiteiten.

Steeds opnieuw wordt het door de klok met klinkende slagen onderstreept, als doopklok, als huwelijksklok, als doodsklok, als brandklok, als angelusklok, als stormklok enz. En die klok, zo vertelt Schiller ons, heet Concordia, dat wil zeggen Eendracht.

Op het dak van het raadhuis staat een torentje met daarin de brandklok.

Deze grote klok met opschrift: : Ick Ihesus waarachtig - seg u heren machtig - ghi sult bliven eendrachtich - ende folget de reden - doe di dat - soe sal u stat - wel staen in vreden - Gerhardus de Wou me Fecit MCCCCCXXIII', deed ook dienst als brandklok.