Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Brandmerk.

Brandmerk

Brandmerk betekenis

door branden of schroeien gemaakt merkteken op voorwerp of dier ter herkenning | door schroeien gemaakt merkteken op een misdadiger, ook in figuurlijke zin

Voorbeeldzinnen (20)

Je weet wel die gietijzeren brandmerk ijzerding dat altijd rood gloeiend stond foe brandmerk a slaaf of slavin op diens rug dat die eigendom was van planter x en y. Ga kijken bij fort zee landia museum.

Eén bron zegt tegen Metropolis, dat velen geloven... dat het brandmerk van de Bat in de gevangenis in wezen een doodvonnis is.

Dat brandmerk dat me wordt toegebracht... zal ik met trots dragen.

Een soort van brandmerk.

Voor Sven Mary, de advocaat van de vader, was het belangrijk dat de Reuzegommers een ‘brandmerk’ zouden krijgen.

Zo wil hij hen “een brandmerk” geven.

Minimaal drie tattoos herinneren aan zijn relatie met de realityster, evenals een brandmerk.

Dat het om een keizerlijk rijpaard ging leidde hij af aan een het tuigage en aan het feit dat een letter ‘N’ als brandmerk op de huid van het dier was aangebracht.

Daar zien ze McKenna op de vloer met het brandmerk op de borst en Commandant Richter naast hem met een vuurwapen in de hand.

De 2 ruiten als brandmerk staan voor "moord" en "wraak".

Dit huismerk was kenmerkend voor de boerderij en werd als brandmerk en teken op zerken gebruikt.

Een paar minuten later wordt hem verteld dat een nieuw, merkwaardig en groot paard in zijn stallen is aangetroffen, met het brandmerk WVB, maar niemand van de Berliftizing-stallen herkent het.

Het brandmerk geeft de eigenaar aan.

Het brandmerk is een schild met een kroontje erboven met daarin de letter B. Alle kleuren zijn toegestaan, maar donkere, egale kleuren zijn het meest gewild.

Het woord 'de grachtengordel' heeft daarom voor veel mensen een negatieve bijklank gekregen, als brandmerk voor een vermeende zelfingenomen houding die zou voorbijgaan aan wat er in de Nederlandse samenleving leeft.

Jonson gaf zijn bezittingen weg en kreeg een brandmerk op zijn linkerduim.

Mede gelet op het brandmerk noemt Edward ene Tinus Ruiten.

Sind de wetswijziging die toen van kracht werd wordt een “nieuw” brandmerk gebruikt: een nummer, een B, V of Z, een kantoorafkorting en het jaar van inschrijving.

Wat wel typisch West-Vlaams is, en eigenlijk ook westelijk Oost-Vlaams, en het brandmerk bij uitstek, is de laryngalisering van g tot h, wat wil zeggen dat de g voortgebracht wordt door vernauwing van de stemspleet.

Wat ook blijft staan, dat ze een stempel of brandmerk voor haar leven heeft gekregen en nu een bekende Surinamer mee geworden is.