Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Broedsucces.

Broedsucces

Broedsucces betekenis

de kans dat broedende vogels ook daadwerkelijk kuikentjes krijgen

Voorbeeldzinnen (20)

Daarnaast hangt de uitbreidingssnelheid van twee factoren af, zegt Lensink: „De eerste is het broedsucces.

Er nestelde dit jaar ook een paartje scholeksters, dat geen broedsucces had.

Vrouwen vallen dus op dominantie ivm het succes voor hun kinderen, maar een gebrek aan consciëntieusheid verhoogt het "broedsucces" niet.

En daarmee neemt de kans op broedsucces sterk af”, zegt Bouchier.

Aangenomen werd dat beide strategieën gedurende een scholeksterleven evenveel jongen zouden opleveren: een keuze tussen vroeg beginnen en jaarlijks weinig jongen grootbrengen of later beginnen, maar dan wel een hoog jaarlijks broedsucces hebben.

Het broedgebied wordt aangetast door strandrecreatie, loslopende honden en dagjesmensen die met terreinauto's over de stranden rijden waardoor verstoring optreedt en dientengevolge het broedsucces laag blijft.

Het broedsucces en de levensverwachting tot het uitvliegen zijn relatief zeer hoog.

Het broedsucces hangt af van de vraag of het mannetje en vrouwtje elkaar mogen.

Hierbij wordt er speciale aandacht besteed om informatie te verkrijgen over broedsucces en overleving.

Nestverliezen bepalen volgens de klassieke methode is niet juist omdat dit tot systematische overschatting van het broedsucces leidt Beintema.

Voor deze soorten heeft de vos een (sterk) effect op zowel het broedsucces als de locatie van de nesten.

Veel soorten zoals de scholekster, kluut, kokmeeuw, grote stern en visdief hebben een laag 'broedsucces'.

We proberen individuele overleving en broedsucces te relateren aan de kenmerken van de precieze plekken waarvan die individuen in de Waddenzee gebruik maken.

De onderzoekers hebben tien jaar lang het gedrag en broedsucces bestudeerd van honderd koningspinguïns op Possession Island voor de kust van Antarctica.

Meer jongen in stadBovendien is het broedsucces van de vogels in de stad veel groter dan op het platteland: een stel stadse scholeksters brengt gemiddeld vier keer zoveel jongen voort als een stel boerenscholeksters.

De dierentuin in Arnhem ziet het broedsucces van de wilde vogels als een 'leuk compliment' voor hoe de natuur is nagebootst.

Hoewel het broedsucces op daken beduidend groter is dan elders - elk paar krijgt ieder broedseizoen gemiddeld 0,4 jonkie dat ook daadwerkelijk uitvliegt - bieden de daken geen soelaas voor de hele populatie.

Volgens de Vogelbescherming is het broedsucces van de dieren laag.

Zo vond ornitholoog Rob Bijlsma dat recreatiedrukte op de Veluwe ten koste gaat van het broedsucces van vogels als duinpieper, tapuit, draaihals, klapekster en veldleeuwerik.

Door wekelijks de bezettingsgraad en broedvorderingen in een vast aantal nesten te bepalen wordt inzicht verkregen in het broedsucces van zowel de eerste als tweede legsels.