Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Broertje.

Broertje

Broertje | Broertjes | Broert

Voorbeeldzinnen (20)

In Mijn broertje - in twee dagen tijd al 80.000 keer bekeken op YouTube - zingt hij over het leven van zijn broertje, en sneert hij naar zijn voormalige schoonzus Rachel Hazes.

Het broertje van Timber is dan misschien wel een goede voetballer, hij blijft het "broertje van" de echte Timber.

Ach, broertje van Musa bleek ook niet het broertje van Musa te zijn.

Als ze als mijn broertje of zusje waren geboren zouden ze nooit religieus zijn geworden, als ik als hun broertje was geboren zou ik religieus zijn.

Je kunt het ook zo zien: de mensen op Aarde zijn één grote happy family, maar het succesvolle broertje wordt met scheve ogen aan gekeken door het luie broertje, omdat deze afgunstig is.

JayJay maakte na zijn vrijlating bekend dat Broertje 9 jaar gevangenisstraf had gekregen wegens poging tot doodslag, maar de rechter verlaagde de straf van Broertje tot 6 jaar.

Wanneer Sarah haar verhaal heeft verteld over haar broertje in de kast, gaat Sarah met de man en de vrouw naar Parijs, want ze heeft haar broertje Michel immers beloofd om hem op te halen.

Haar broertje had per ongeluk het deurtje dicht geduwd toen zijn zusje erin zat. Moeder en broertje waren machteloos en schakelde de brandweer in.

Iedereen die denkt dat ze “goede vrienden” of “het kleine broertje en het grote broertje” zijn denkt ook dat Red Bull je echt vleugels geeft.

Tegen Admilson en zijn jongere broertje Marcos zijn levenslange gevangenisstraffen geëist Admilson liet tijdens de laatste dag van het proces weten dat hij niet in hoger beroep gaat als zijn broertje een aanvaardbare straf krijgt.

Moeder Jenepher (33), broertje Brayton (7) en nog een broertje Joeryn (geboren maart 2013).

Een broertje of zusje erbij Wanneer en hoe vertel je je oudste kindje broertje zusje op komst is?

Mijn broertje vroeg om geld.

Mijn broertje wou dat stripverhaal dat je onlangs aan mij hebt geleend lezen, dus ik zal het teruggeven nadat hij het uitgelezen heeft.

Mijn broertje kijkt tv.

Heb je je broertje al kunnen bereiken?

Mijn broertje woont in Boston.

Ik heb een broertje en een zusje.

Welkom thuis, broertje!

John is mijn broertje.