Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Brommeren.

Brommeren

Brommeren | Brommer | Brommers | Brommerige

Voorbeeldzinnen (5)

Met slecht weer is het daar slecht fietsen/brommeren, je krijgt de regen en wind vol in je gezicht, wellicht heeft dit hiertoe bijgedragen.

Ga lopen, ga fietsen, ga paardrijden, brommeren, vanuit een aanhanger op pad; laat de hoeven van het paard eerst onbelast aan de 'nieuwe' situatie wennen.

Na twee uur brommeren komen we aan bij het beginpunt van de irrigatiekanalen: de dam en bijbehorend stuwmeer.

Dan gebeuren er ook geen echte gekke dingen meer, en kunnen die 16- jarige jochies en meisjes weer 'goedkoop' brommeren.

In onze wijk brommeren regelmatig twee parkeerwachten rond die ik Tup en Joep noem.