Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Buigpunt.

Buigpunt

Buigpunt | Buigpunten

Buigpunt betekenis

kracht waarbij een materiaal ombuigt | punt waarin de kromming van een lijn van teken verandert

Voorbeeldzinnen (14)

Aan de onderzijde van het buigpunt steekt een klein, taps toelopend, driehoekig uitsteeksel naar voren en beneden; dit is sterker ontwikkeld dan bij enige andere bekende theropode.

Het heeft een verbrede middenschacht op het buigpunt.

Het heeft een verruwing op het buigpunt van de zoolzijde voor de aanhechting van de Musculus gastrocnemius lateralis.

Buig het stukje rietje dat boven het buigpunt/bochtje zit door de helft, gewoon door het om te knakken.

Een verkeerd gelijnd buigpunt kan leiden tot pijn onder de voetboog of tot fasciitis plantaris, een ontsteking van de peesplaat aan de onderkant van de voetzool.

Als ook de tweede afgeleide bestaat kan deze laatste voorwaarde ook geformuleerd worden als: * in het buigpunt wisselt de tweede afgeleide van f van teken (het teken van de tweede afgeleide geeft immers de kromming aan).

Omdat bij een buigpunt de tweede afgeleide nul is, de Y3 hier, zoeken we op waar hier de grafiek nul is.

Het buigpunt bevindt zich in Denemarken.

De buitenwand van de opgaande tak overhangt de voorrand van de uitholling voor de fenestra antorbitalis licht; naar boven toe, bij het buigpunt, vloeien buitenwand en binnenwand uiteindelijk samen zodat de inkeping door de overhang gesloten wordt.

De eerste afgeleide bereikt er telkens een extremum en heeft er ook een constant teken rond zodat we steeds een buigpunt hebben.

Deze vector is ook gedefinieerd voor een vlakke kromme, en daar wisselt hij van zin in een buigpunt van de kromme.

Het buigpunt naar achteren is pas na tweeënnegentig millimeter, ter hoogte van het neusgat, hoger dan bij enig ander bekend basaal theropode taxon.

Het teken van de eerste afgeleide rond dit punt is constant, namelijk negatief, dus is het een buigpunt (rood in de figuur).

Het zitbeen heeft een opvallende bouw: het is een kort element, met 30% van de lengte van het dijbeen, dat naar achteren is gebogen; op het buigpunt steekt een bijna even brede processus obturatorius naar beneden die onderaan eindigt in een rechte rand.