Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Buur.
Buur
Gerelateerde woorden
Buur betekenis
een persoon die in andermans omgeving woont
Voorbeeldzinnen (20)
Finland is een soevereine natie, EU lid en sinds kort NATO partner gezien de dreigementen van zijn buur en de pogingen tot invasie van zijn buur in het verleden.
Door samen te eten tijdens Buur voor Buur kwamen maandelijks zo'n zestig bewoners van de Arnhemse wijk Heijenoord en Lombok samen onder het genot van een driegangendiner voor een klein bedrag (tegenwoordig 5 euro).
De buur was ook zijn buur in Soedan.
Klopt, maar het maakt wel degelijk uit of je samen naar je alleenstaande buur gaat of je alleenstaande buur komt bij jullie, toch.
Iedere speler eindigt deze fase dus met drie actiekaarten: een uit de eigen stapel, een van zijn rechter buur en een van diens rechter buur.
Mijn buur heeft ook een buur.
De ene buur (31) beklaagde zich rond 04.15 uur bij de andere buur over geluidsoverlast.
Ben zelf in overleg om die hele ziggo te stoppen en de buur zijn wifi te delen en deze buur ook eventueel zijn pakketje in snelheid wil verhogen.
Lezersactie ‘Nieuwe buur voor Donald’ Een negenjarige Donald Duck-lezeres uit Maastricht ontwierp de winnende nieuwe buur voor Donald Duck.
Beter een goede buur dan een verre vriend.
Beter een goeie buur dan een verre vriend.
Voor een pot uit klei is een ijzeren pot een gevaarlijke buur.
De jongens hadden de gewoonte bij de buur te gaan spelen.
Onder het huis van mijn buur wonen enkele wilde katten.
Hij is mijn buur.
Men heeft vorige nacht mijn buur gearresteerd.
Hij is mijn buur, maar ik ken hem niet al te goed.
Tom is een goede buur.
Mijn buur verwierp mijn vraag om zijn boom te snoeien.
Tom is in het zwembad van zijn buur vedronken.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl