Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Buurhuis.
Buurhuis
Buurhuis betekenis
huis dat gelegen is op een perceel naast het eigen huis; het huis van de buren
Voorbeeldzinnen (5)
Volgens Bovens is hij eind januari/begin februari door Penn geïnformeerd over de aanstaande aankoop van het buurhuis van het huis van haar moeder.
Dan komt de familie Hale in het buurhuis wonen, en vanaf het moment dat Ster de 23-jarige Laddy Hale ziet, begint alles te veranderen - totdat Ster niet meer dat lieve zorgzame meisje is waar niemand zich zorgen om hoeft te maken.
De verwarming moet dus vaker aanslaan en meer gas verbruiken dan een geïsoleerd buurhuis.
Een ander trellisraam is met afstandhouders op de linkermuur geplaatst van het buurhuis.
Leeuwenburg had het huis in 1702 gekocht en de voorgevel in 1707 laten vernieuwen, dat hierdoor over de woning van het buurhuis uitstak.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl