Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Cadeautjes.

Cadeautjes

Voorbeeldzinnen (20)

Toch moet men zich realiseren dat er geen gratis cadeautjes bestaan, de overheid kan van alles beloven maar uiteindelijk moet iemand de rekening gaan betalen voor deze cadeautjes.

Hij geeft na elke poging cadeautjes aan zijn gevangenen zodat ze zich kunnen vermaken; helaas telkens cadeautjes waar de generaal geen behoefte aan heeft.

Eigenlijk heb ik liever een hoer die cadeautjes uitdeelt aan stoute mannen dan een kruisvaarder die voor z’n jihad kindertjes lokt met cadeautjes.

HW, wat jij zegt is dat de cadeautjes niet naar de achterban gingen, Baudet zegt dat de cadeautjes wel naar de clientele gingen.

Wat de kiezer ervan meekrijgt, zijn partijen die hun eigen cadeautjes het mooist vinden en die andere partijen hooguit kunnen verwijten dat hun cadeautjes kleiner of duurder zijn.

Cadeautjes voor overleden Isa uit Winterswijk gaan naar GambiaWINTERSWIJK - Een deel van de vele duizenden cadeautjes die de inmiddels overleden Isa uit Winterswijk in april ontving, gaat naar Gambia.

De Groote Rappèl deelt cadeautjes uit Na afloop van het spektakel De Groote Rappèl werden nog enkele cadeautjes uitgedeeld.

Hiervoor moeten ze meedoen met een pepernoten-race, cadeautjes-klimspel en cadeautjes-memory.

Noordhollands Dagblad - Een kerst vol fijne cadeautjes $name leest onbeperkt premium artikelen Een kerst vol fijne cadeautjesNog een paar dagen en het is zo ver. Dan liggen alle cadeautjes weer onder de boom.

Ons kleine kerstmannetje dus, dat geen cadeautjes uitdeelt maar juist om cadeautjes vraagt.

Door de dierenverzorgers was een kerstboom opgetuigd met daaronder verschillende cadeautjes, cadeautjes speciaal voor de drie Afrikaanse leeuwen met als smakelijke inhoud: konijn, kip en rundvlees.

Dat werkte redelijk goed in het begin, maar na de eerste twee cadeautjes voor hemzelf was hij daar meer mee bezig dan met de onuitgepakte cadeautjes.

Alex, Marty, Melman en Gloria besluiten de Kerstman te helpen met de cadeautjes en vliegen met de slee naar alle kinderen op heel de wereld om de cadeautjes te bezorgen.

Kijk eens aan. Wat een geweldige cadeautjes! Wat ben ik blij!

Je krijgt veel cadeautjes voor je verjaardag.

Mijn zus kreeg meer cadeautjes bij kerst dan ik.

Mijn broer kreeg meer cadeautjes bij kerst dan ik.

Hij gaf mijn broers en zussen ieder twee cadeautjes.

Hij heeft mijn broers en zussen ieder twee cadeautjes gegeven.

Tom en ik wisselen elke Kerstmis cadeautjes uit.