Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Canadezen.

Canadezen

Voorbeeldzinnen (20)

In de kwalificaties reden de Belgen een zucht sneller dan de Canadezen, nu moesten ze met 4.06.2016 genoegen nemen met zilver na diezelfde Canadezen.

De Canadezen doen een zogenoemde battlefieldtour langs plekken die voor de canadezen in de Tweede Wereldoorlog van belang zijn geweest.

Een meerderheid van Canadezen deelde het standpunt van Harper, maar uit peilingen bleek dat economie en verandering van bewind belangrijker verzuchtingen van Canadezen waren dan de niqab.

Er zag bijvoorbeeld ook Amerikanen en Canadezen naar Kabalebo gaan,Gum Air heeft een resort daar,zij doen iets in het klein,wie weet hebben ze straks handen tekort aan die Amerikanen en Canadezen.

Van As vroeg het hoofd van de buitendienst Zielke de Canadezen tegemoet te gaan wat deze deed; hij overhandigde de Canadezen de gegevens over het kamp.

Kan je inwoners van de Verenigde Staten onderscheiden van Canadezen?

Heb je hier in Boston enige Canadezen ontmoet?

We zijn allemaal Canadezen hier.

Het probleem is dat jullie geen Canadezen zijn.

Wij zijn Canadezen.

Tom en Maria zijn beide Canadezen.

Veel Canadezen spreken Frans.

Onze echtgenoten zijn Canadezen.

We zijn de enige Canadezen hier.

Ik ken aardig wat Canadezen.

De meeste passagiers waren Canadezen.

Ik ken geen Canadezen.

Zijn jullie ook Canadezen?

Ik dacht dat het allemaal Canadezen waren.

We zijn allemaal Canadezen.