Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Carlisten.

Carlisten

Carlisten | Carlistenoorlog

Voorbeeldzinnen (20)

De claim van de carlisten Don Carlos of Karel VI van Spanje met de Orde van het Gulden Vlies en de karakteristieke rode pet van de carlisten Tussen 1836 en 1931 hebben de pretendenten die carlisten worden genoemd acht ridders benoemd.

In 1874 veroverden ze Tolosa, dat daarna een bolwerk van de Carlisten werd, inclusief een grote barettenfabriek aan de oever van de Oria-rivier.

Zoals eens de herders, arbeiders en Carlisten, vertrouwen ook zij op het robuuste wollen hoofddeksel dat nooit meer uit de mode is geraakt.

Sixto, een jongere broer van Carlos Hugo, trad naar voren als vertegenwoordiger van de rechtervleugel van de carlisten.

De alfonsisten werden – in tegenstelling tot de carlisten – geen massabeweging.

De liberalen waren in theorie sterk genoeg om de oorlog binnen twee maanden te winnen, maar werden gehinderd door een inefficiënte overheid en de grote mate van verspreiding van de carlisten.

Door Carlos' onvermogen overwinningen uit te buiten en de oproep van de Carlistische generaal Ramón Cabrera de strijd te staken moesten de Carlisten uiteindelijk het onderspit delven.

Het nieuwe regime maakte ernst met het bestrijden van de carlisten.

Pas in de tweede helft van 1874 leek het leger van de Republiek ook tegen de Carlisten aan de winnende hand.

De Catalanen vatten de wet op als een inbreuk op hun autonomie en ook republikeinen als Salmerón, carlisten en federalisten protesteerden heftig.

Calatrava zag in dat het voor het in toom houden van de carlisten en realisatie van de door de liberalen van het eerste uur geformuleerde wensen, dringend noodzakelijk was om politieke stabiliteit te creëren.

Gaandeweg formeerden zich professionele legereenheden rond de kroonpretendent (de carlisten) die het opnamen tegen de troepen van het regeringsleger (de zogeheten cristinos).

Uit onvrede over de sociale misstanden streden progressieven zij aan zij met de carlisten tegen het leger van de gematigde regering, een unieke combinatie.

De rechtse en ultra rooms-katholieke carlisten vormden destijds een krachtige beweging, die beschikte over een eigen militie, de Requeté.

Deze oppositiepartijen toonden daarmee aan dat, ondanks de manipulaties van Sagasta, zij konden bogen op een stevige verankering in de maatschappij: de republikeinen in Andalusië en het mediterrane gebied en de carlisten in het noorden.

Tussen 1833 en 1876 waren er drie Carlistenoorlogen, maar na de troonsbestijging van Isabella’s zoon Alfons XII delfden de carlisten het onderspit.

Hij was leider van een obscure politieke beweging in Spanje, de Carlisten.

Maar omdat het nog niet zo ver was, moesten de Carlisten eerst strijden voor hun pretendent en hun belangrijkste programmapunt: herinvoering van de inquisitie.

De Carlisten waren zeloten van het zuiverste water.

Maar zijn broer Don Juan, die de zaak overnam, bleek tot schrik van de Carlisten uitgesproken liberaal.