Leer het woord Carnap beter kennen met 10+ echte voorbeeldzinnen.
Carnap in een zin
Gebruik van Carnap
- In het voorbeeldencorpus komt carnap vaak voor in combinaties zoals: rudolf carnap, carnap en, volgens carnap.
Context rond Carnap
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 23.3 woorden
- Plaats in de zin: 9 begin, 7 midden, 2 einde
- Zinsoorten: 18 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Carnap
- In deze selectie staat "carnap" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 23.3 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral rudolf, postuleerde, leidt, absolute en gebaseerd op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "carnap".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn aanvankelijk postuleerde carnap absolute zekerheid en carnap en hempel. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "carnap" dicht bij woorden als aalbessen, aaldering en aaldert, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met carnap
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Volgens Carnap is dit een vraag die we beter niet kunnen stellen. (12 woorden)
Carnap zelf zou de term pragmatiek (pragmatics) ook overnemen in zijn eigen filosofie. (13 woorden)
Met dit standpunt komt Sellars trouwens dicht bij het onderscheid van Rudolf Carnap tussen externe en interne vragen. (18 woorden)
Carnap en Hempel waren beide personen die het als hun filosofische taak zagen de ideale taal na te streven, een taal die in staat is om alle fenomenen zo simpel en uitgebreid mogelijk kon beschrijven. (35 woorden)
Aanvankelijk postuleerde Carnap absolute zekerheid aangaande zintuiglijke ervaring, en beantwoordde de vraag naar absolute zekerheid met: "zeker is die kennis, die op methodisch correcte wijze is ontleend aan een volkomen zeker empirisch uitgangspunt". (33 woorden)
Aanvankelijk postuleerde Carnap absolute zekerheid aangaande zintuiglijke waarneming, en beantwoordde de vraag naar absolute zekerheid met: "zeker is die kennis, die op methodisch correcte wijze is ontleend aan een volkomen zeker empirisch uitgangspunt". (33 woorden)
Voorbeeldzinnen (18)
Carnap en Hempel waren beide personen die het als hun filosofische taak zagen de ideale taal na te streven, een taal die in staat is om alle fenomenen zo simpel en uitgebreid mogelijk kon beschrijven.
Volgens Carnap is dit een vraag die we beter niet kunnen stellen.
Andere leden van de Kring (onder wie Schlick, Rudolf Carnap en Herbert Feigl ) discussieerden ook met Wittgenstein, maar niet zo uitgebreid als Waismann.
Carnap zelf zou de term pragmatiek (pragmatics) ook overnemen in zijn eigen filosofie.
Daarmee was volgens Carnap geen sprake meer van een deductieve of logisch dwingende relatie, maar van een inductieve relatie.
De keuze tussen verschillende modellen, of ideologieën zoals Gellner ze liever noemt, wordt volgens Carnap gebaseerd op pragmatische en instrumentele voordelen: als het goed uitkomt en beter werkt.
Dit soort tolerant en conceptueel pragmatisme lijkt sterk in contrast te staan met de algemene opvatting van Carnap als dogmatist leeft.
Een bekende leerling van Carnap was Willard Van Orman Quine die zelf echter wel kritiek had op het logisch positivisme, voornamelijk uiteengezet in zijn Two Dogmas of Empiricism (1951).
Hierdoor gaf hij felle kritiek op de thesis van Rudolf Carnap die externe vragen, zoals die in de metafysica voorkomen, als zinloos beschouwde.
In de 20ste eeuw nam Rudolf Carnap als empirist aan dat kennis uiteindelijk aan de zintuiglijke waarneming is ontleend.
Later verlieten filosofen als Carnap en Neurath deze positie voor een perspectief waarin men middelgrote spatio-temporele objecten, zoals tafels en stoelen, als basis nam.
Met dit standpunt komt Sellars trouwens dicht bij het onderscheid van Rudolf Carnap tussen externe en interne vragen.
Ook Charles Morris en Sidney Hook waren nauw verwant men Carnap en zagen een sterke verwantschap tussen logisch empirisme en pragmatisme.
Aanvankelijk postuleerde Carnap absolute zekerheid aangaande zintuiglijke ervaring, en beantwoordde de vraag naar absolute zekerheid met: "zeker is die kennis, die op methodisch correcte wijze is ontleend aan een volkomen zeker empirisch uitgangspunt".
Aanvankelijk postuleerde Carnap absolute zekerheid aangaande zintuiglijke waarneming, en beantwoordde de vraag naar absolute zekerheid met: "zeker is die kennis, die op methodisch correcte wijze is ontleend aan een volkomen zeker empirisch uitgangspunt".
Dit leidt Carnap af uit zijn bewering dat echte funderingen alleen gegeven kunnen worden binnen een logisch kader.
In tegenstelling tot zijn mentor George Herbert Mead was Morris een behaviorist en solidair met het logisch positivisme van de Wiener Kreis van zijn collega Rudolf Carnap.
Omdat de constitutionele definities volkomen zeker zijn, was het voor Carnap mogelijk met zekerheid vast te stellen of iets waar was of onwaar.
Veelvoorkomende combinaties met carnap
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "carnap" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "carnap" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl