Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Carpoolen.

Carpoolen

Carpoolen betekenis

samen in één auto naar het werk rijden

Voorbeeldzinnen (20)

Ze carpoolen samen.

Tom en ik carpoolen naar het werk.

Altijd carpoolen, dat dan weer wel.

Is de bestemming iets verder weg, overweeg dan om te carpoolen en de kosten te delen.

BlaBlaCar: Carpoolen en Bus (gratis, iPhone, iOS 12.0+) - Samen rijden naar een festival.

De Nederlandse forens koos liever voor een eigen auto dan voor het openbaar vervoer en het carpoolen werd om de bekende redenen niet als alternatief gezien.

Een andere manier om reisbewegingen te beperken is om personeel dat dichtbij elkaar in de buurt woont te laten carpoolen van en naar het kantoor toe, of naar zakelijke afspraken.

Gaat u carpoolen met collega’s?

Hoeveel bespaar je met carpoolen?

Hoe zit dat als je met twee collega's of meer gaat carpoolen?

Naast de A2, geschikt om te carpoolen.

Om hierop te besparen kan je met collega's gaan carpoolen.

Overigens kun je deze ook prima gebruiken als je wilt carpoolen met iemand.

Pieter en Tine Embrechts kunnen binnenkort carpoolen, want de broer en zus zijn ook nog eens buren in Borgerhout en delen een tuin.

Slechts 10 procent van de ondervraagden laat de auto staan omdat ze bijvoorbeeld alcohol willen drinken, of omdat ze gaan carpoolen.

Wie besluit te carpoolen, mag hiervoor een vergoeding van zijn baas krijgen.

Kaag wil carpoolen met haar personeel wat ook ongetwijfeld nodig is in Luxemburg, kan ze misschien nét aan de goede kant van de berekening komen.

Maar per km net zo goed als zeer fanatiek carpoolen.

Ter verdediging van Pieter, Jan-Jaap, Marcel, Klaas en Joop* wil ik inbrengen dat zij WEL aan het carpoolen waren.

Tijdens koffiepauzes, de lunch, het carpoolen.