Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Censuskiesrecht.

Censuskiesrecht

Censuskiesrecht betekenis

stelsel waar bij verkiezingen het stemrecht is voorbehouden aan personen die vermogend genoeg zijn om minimaal een bepaald bedrag aan belastingen te betalen

Voorbeeldzinnen (20)

Eerst Jort met zijn censuskiesrecht, nu weer dit.

Jij lijkt voorstander te zijn van een vorm van censuskiesrecht, waarin alleen personen met bepaalde financiele (of intellectuele) draagkracht of gewenste overtuiging mogen stemmen.

Nog groter voorstander van censuskiesrecht (alleen stemmen als je ook wat bijdraagt onder de streep).

Heel snel censuskiesrecht invoeren, dat scheelt al iets.

Maar misschien moet het kiesrecht voortaan alleen nog maar gelden voor mensen die een betaalde baan hebben en die niet direct van de overheid (censuskiesrecht) afhankelijk zijn.

Begin eens met censuskiesrecht, dan ben je al een hoop kansloze leegschedels kwijt.

Ben ik ook wel voor, censuskiesrecht.

Daarbij bleek het censuskiesrecht om enkele redenen praktisch vrij problematisch te zijn.

Dus een soort censuskiesrecht maar dan anders.

Het censuskiesrecht werd ingevoerd in 1848, met de grondwetsherziening van Johan Rudolph Thorbecke.

In dat geval zou het censuskiesrecht volgens hem geen algemeen kiesrecht meer zijn.

Vanwege het censuskiesrecht mocht slechts een kleine minderheid van de bevolking bij verkiezingen een stem uitbrengen.

Wordt hier vaak gescholden op bestuur en dat er censuskiesrecht zou moeten komen en dingen.

Het censuskiesrecht werd diverse malen aangepast, waardoor er steeds meer mannen kiesrecht kregen.

U meent dus dat voor de democratie en dus voor art. 1 GW mensen niet gelijk zijn, maar dat er onderscheid moet worden gemaakt op grond van i.q. Nou, u heeft pech, uw ideeën horen thuis in andere tijden, toen er censuskiesrecht was.

Waarom eigenlijk niet gewoon censuskiesrecht instellen?

In 1954 werd het censuskiesrecht vervangen door het algemeen kiesrecht en kreeg Suriname een hoge mate van zelfbestuur.

Niet voor niets pleitte Kelder in hetzelfde NRC Handelsblad-artikel, een 'vitale meritocratie’ aanprijzend boven 'onze vermoeide pseudo-democratie’, in één adem voor herinvoering van het censuskiesrecht.

De provinciale staten waren via een zogenaamd censuskiesrecht gekozen: alleen zij die een bepaalde som aan belasting betaalden - de rijken dus - en dan ook nog alleen de mannen, mochten kiezen.

Na de Novemberrevolutie ( 1918 ) werd het censuskiesrecht afgeschaft en werd de macht van het patriciaat gebroken en nam het aantal burgemeesters uit de patriciërfamilies af.