Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Cijns.

Cijns betekenis

indirecte belasting | een jaarlijkse betaling in natura of geld aan de leen- of grondheer uit onroerende goederen, ambten of het gebruik van andermans recht

Voorbeeldzinnen (20)

De betreffende cijns is nooit verdeeld en er zijn geen aanwijzingen dat de cijns ooit verhuisd is.

De cijns is nooit gesplitst en er zijn geen aanwijzingen dat de cijns ooit verplaatst is.

Hij betaalde deze cijns aan Johannes, Wolterus, Elisabeth en Mabelie, kinderen van Adam van Berchem, ridder, die deze cijns verkregen hadden van Arnoldus, zoon van wijlen Arnoldus Heyme, schoonzoon van heer Adam van Berchem.

Wie echter een bepaalde cijns betaalde kreeg twee stemmen en wie een bepaald opleidingsniveau had behaald kreeg drie stemmen (mits hij cijns had betaald).

Het Veghelse deel (ongeveer 1/3 van het grondgebied van de heerlijkheid) bestond uit 3 door de heer verpachte hoeven en een groot aantal cijns- en leengoederen.

Huys van Maurick, volgens de Privilegie van oudts, waer van aen de Domeynen twee stuyvers ofte meer aen Cijns moet betaelt worden ende oock rondtsom het voorsz.

Meestal werd de pootkaart kosteloos toegekend; als ervoor betaald moest worden ging dat in de vorm van een bedrag ineens, het zogenaamde voorlijf, gevolgd door een jaarlijks te betalen cijns.

Ook op de uitgegeven erven rustte een cijns.

Soms werd door de stad de aanleg van een nieuwe straat gepromoot door aan de boordeigenaars vrijstelling van de cijns te verlenen.

Alles overziend, denk ik dat het cijnshofje ontstaan is bij de eerste belening, doordat de eerste leenman toen van de hertog van Brabant toestemming kreeg om eigen bezit tegen een cijns aan anderen uit te geven.

Dat er eertijds in dit deel van Zondveld veel minder huizen stonden wordt bevestigd door de balkcijnzen, een in de dertiende eeuw en 1310 vastgestelde omslag van de aan de hertog te betalen cijns voor de gemeint.

Dit verklaart dan ook waarom we deze cijns niet meer aantreffen in de achttiende eeuwse omschrijvingen van goederen.

Dit wordt bevestigd door het gegeven dat er uit deze percelen een cijns betaald werd aan de heer van Helmond van 2 stuivers en 4 penningen.

Goed van wijlen Yda Brakenen treffen we ook aan bij een cijns die op Erpse Dijk nr. 6 rustte.

Het grondgebied in en om Neer was ofwel eigendom van een van de laathoven, dan wel cijnsplichtig, zodat een cijns (belasting) moest worden betaald.

Hij wordt in 1447 nog vermeld als cijnsbetaler voor deze cijns.

In 1310 bevestigde de hertog van Brabant tegen betaling van een eenmalig bedrag en een jaarlijkse cijns de boeren in het gebruik van de gemene gronden.

In 1411 wordt de cijns verdeeld.

In 1705 werd de jaarlijkse cijns nog betaald door de weduwe Phlipsen.

In de administratie van de heer van Helmond heeft deze cijns nummer Hm-208 (nieuw).