Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Citrusfruit.

Citrusfruit

Citrusfruit betekenis

fruit van het plantengeslacht

Voorbeeldzinnen (16)

Het bier heeft een frisse hoppige bite met een ronde bitterheid en frisse fruitige tonen van overwegend citrusfruit.

In de mond overheerst de sappigheid, waarbij de limoenen en nog wat ander citrusfruit voor de smaakaccenten zorgen, en passievrucht in de afdronk overneemt.

Dit zeker ook tbv landbouw o.a. citrusfruit en bananen.

Fris, een beetje “zoutig” en aroma’s van rozen, citrusfruit, rabarber en ananas.

Hij pleit in navolging van Spaanse telers voor een algehele Europese blokkade van citrusfruit uit Tunesië om verspreiding te voorkomen.

Je vindt de stof onder meer in rood fruit, citrusfruit en broccoli.

Het is een natuurlijk bestanddeel van citrusfruit.

Tot de hoofdpersoon een druppeltje mimosa van zijn arm likt: ‘… de smaak van citrusfruit en wijn gemend met zout en zweet.

Want wat te denken van producten die van nature rijk zijn aan E-nummers, zoals appels, citrusfruit, tomaten, wortels of yoghurt?

De smaak is heerlijk sappig, met een zweem van groene appel, meloen en citrusfruit.

Fruitige wijn met smaken van citrusfruit en meloen aangevuld met een mineralische toon en een frisse finale.

Het belangrijkste sinaasappelras ter wereld, aangeplant in alle landen die citrusfruit verbouwen.

Het is een kleine onregelmatige vrucht, die qua smaak enigszins lijkt op een citroen, maar ook de smaak van ander citrusfruit in zich heeft.

Een paar voorbeelden: Frisse salades, vers citrusfruit en bessen.

Lichtvoetig en fris, levendig, met mooi sap, peer en licht citrusfruit, mooi zuiver en in balans.

Citrusfruit wordt namelijk vaak in potjes verwerkt.