Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Clerus.

Clerus

Clerus betekenis

de leiders van een kerkgenootschap

Voorbeeldzinnen (20)

De term ‘clerus’ betekent erfdeel (niet geslachtelijk, maar ‘erfdeel des Heeren’: geestelijken die door God apart gezet waren), wat duidt op de bevoorrechte positie van de clerus.

De overige clerus en de leken hadden het recht om hun keuze toe te juichen *De paus-kandidaat moest lid zijn van de Romeinse clerus; vond men daar geen geschikte kandidaat, dan mocht er iemand van een ander diocees worden gekozen.

De vaak onaantastbare status van de clerus destijds en onderlinge bescherming die ze elkaar boden, leidde tot het verdoezelen van misbruik.

Een onderwerp dat hij in zijn contacten met de Portugese clerus in elk geval niet kan vermijden is het recent aan het licht gekomen kindermisbruikschandaal.

Ketterij komt in de Middeleeuwen eigenlijk niet voor in Portugal en geloofsconflicten zijn afwezig, maar wel zijn er voortdurend botsingen tussen de clerus en de kroon over de kerkelijke eigendommen en bevoegdheden.

Maar de lagere clerus en boerenbevolking verenigen zich tot een nationalistisch front tegen de Duitsers en keren zich vooral tegen pogingen van Duitse zijde om hun taal te marginaliseren en in feite uit te roeien.

Enkele jaren na zijn benoeming in Maastricht zou de heilige trouwens aan paus gevraagd hebben van die taak ontheven te worden, omdat hij er door de lokale clerus werd tegengewerkt.

Vanuit de hoofdstad vergroten zij hun invloed in Neder-Oostenrijk met ondersteuning van de clerus in de Alpine provincies.

Adel en clerus eisten om er als stand op vertegenwoordigd te zijn maar op aanzetten van Pirson werd dit geweigerd.

Als bisschop deed hij pogingen om de kerk in zijn bisdom te hervormen en misbruiken uit te bannen, maar stootte op verzet van zijn eigen clerus.

Clerus uit Lotharingen zag in Karel III, of zijn zoon Hendrik, al de nieuwe Karolinger op de troon in Parijs.

De aartsbisschop van Milaan, Carolus Borromeus, bleef in de stad en omringde zich met artsen en professoren en kondigde strenge maatregelen af voor de clerus en de hele bevolking.

De adel en de clerus krijgen steeds meer moeite met de militante prediker.

De clerus en de bevolking van Doornik waren tegen Stefaan.

De clerus kwam er samen om de stadsmagistraten te beschuldigen van diefstal van bijbels en heilige vazen.

De clerus steunde hem al snel, maar het volk bleef altijd tegen hem.

De constitutie tracht de actieve deelname te bereiken door betere liturgische vorming van de clerus, maar ook van de gelovigen.

De keizer beschuldigde de hoge clerus ervan, dat zij de kerkgoederen niet ten voordele van de kerk, maar uit winstbejag, verwantschap of vriendschap zouden worden uitgedeeld.

De nieuwe staat koos immers voor de taal van een zeer beperkte groep stemgerechtigden, de uitsluitend Franstalige adel, hogere burgerij en hogere clerus.

De staatsscholen kregen een bestuur bestaande uit leken en clerus.