Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Clooster.
Clooster
Gerelateerde woorden
Voorbeeldzinnen (20)
Steven van den Clooster (ca. 1330-1368), de tweede zoon van stamvader Johan van den Clooster, kreeg het huis ten Clooster na diens dood in leenbezit.
Derde generatie Johan van den Clooster (ca. 1354-1426) zette als enige het geslacht Van den Clooster voort.
Deze Johan gebruikt in 1341 als eerste de naam ' Van den Clooster' en is de stamvader van het geslacht 'Van den Clooster'.
In 1466 is bij de stichting van het kruisherenklooster te Ter Apel sprake van een watermolen, nog stammend uit de tijd dat het clooster voorschreven hoerde toe den orden Premonstreet unde den clooster Schildwolde.
Dat akkoord kwam er mits de betaling van een grote som geld: 'midts de belofte dat hy aen haer eene goede somme geldts soude geven, om 't welcke te krijgen 't clooster sterckelick belast wiert'.
De oudste vermelding van klooster Hoogcruts dateert uit 1686 en verwijst naar een mis die in 1428 ter plekke werd gehouden in "de Capelle van het Heylich Cruyts, d’welck tegenwoordigh is het Clooster".
Uit een oorkonde uit 1354 weten we dat Steven van den Rutenborg de leenheer was van Johan van den Clooster.
Voor 1700 was het huis in het bezit geweest van de familie Van den Clooster.
Evenals Vledderinge is ook Het Slot in het bezit geweest van de Drentse familie Van den Clooster.
Geschiedenis Stichting De oudste vermelding van klooster Hoogcruts dateert uit 1686 en verwijst naar een mis die in 1428 ter plekke werd gehouden in "de Capelle van het Heylich Cruyts, d’welck tegenwoordigh is het Clooster".
Het werd ook de 'Kerkakker' of 'Het Clooster' genoemd.
Hun zoon Pieter Adam van Holthe trouwde in 1771 met Roelina Gijsberta Gerdina van der Clooster, vrouwe van Rheebruggen en vestigde zich in Drenthe.
Mogelijkerwijs heeft Agnes van Rutenborg hem het huis ten Clooster aangebracht in leenroerigheid middels hun huwelijk (in 1341?).
Rheebruggen was eeuwenlang in het bezit van leden van de familie Van den Clooster.
Zijn weduwe verkocht in 1478 haar deel van het allodiale goed Rheebruggen aan haar neef Roelof ('reinoldszoon') Van den Clooster.
Hij had ook nog een dochter Arnolda van den Clooster die getrouwd was met Herman Hagen.
Huis ten Clooster heeft nooit de status van havezate gehad.
In 1385 werd uit een eerste huwelijk de oudste zoon Reinold van den Clooster (1385-geboren.
In 1498 werd onderscheid gemaakt tussen Sancte Anne clooster en dat karspel van den buiren, dat Lutkewolde werd genoemd.
In 1560 werd Roelof van den Clooster tot Rheebruggen genoemd als ette in het Dieverderdingspel.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl