Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Cocoonen.

Cocoonen

Cocoonen | Cocoon | Cocooning

Cocoonen betekenis

lekker rustig thuis blijven en je niet laten storen door de buitenwereld

Voorbeeldzinnen (14)

Cocoonen kruipen over het algemeen niet, dus dat is het niet.

Eerst hadden ze zich volgevreten met het groene blad van de kardinaalsmuts en de struik verpakt in wit spinsel om er te cocoonen.

Het insect kruipt na zes dagen als rupsje uit het ei, vreet zich vijf weken lang vol en verandert dan na tien dagen cocoonen in een vlinder.

Het kledingstuk is perfect om heerlijk in te cocoonen, en als we de trends van dit jaar mogen geloven, ook nog eens erg stijlvol.

Nog even heerlijk cocoonen met z’n drietjes?

Ook hij vond cocoonen heerlijk.

Dan zou ik nu nog de boodschappen in huis halen voor de komende twee weken en met mijn gezin de komende twee weken thuis gaan cocoonen.

Ook wordt voorspeld dat de trend om te ‘cocoonen’ oftewel, meer tijd thuis door te brengen, na het virus alleen maar wordt versterkt.

In het weekend met hem cocoonen op een jacht op Neerlands binnenwateren, als zijn vrouw een weekendje weg is met vriendinnen, en doordeweeks tegen zo'n studiebeurs studentje aanleunen om de tentamens en vakoefeningen te halen.

In zware tijden zakte de roklengte en droeg men comfortabele, wijde kleren om in te cocoonen of om zich tegen de boze buitenwereld te wapenen; ging het goed, dan kropen de jurkjes weer omhoog en mocht het allemaal frivoler en uitbundiger.

En we lezen hoe Bieke Ilegems haar tijd verdeelt tussen tv-werk, gezin en cocoonen.

Niet met het kindeke Jezus en cadeautjes krijgen, maar gewoon met warme kleren aan cocoonen.

Met elkaar ‘cocoonen’ rond de haard of de kerstboom, knusse etentjes en cadeautjes geven en ontvangen.

Dat kunnen wij goed, Sam en ik, cocoonen.