Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Comen.
Voorbeeldzinnen (7)
Ende vanden ouden totten jonghen Ist so comen vaste voort, Dat hem die sloetel toebehoert, Want si en eerst in eren creghen.
Kennedy had nog twee andere zinnetjes genoteerd op die bewuste 26 juni 1963: 'Kiwis Romanus sum' (Ik ben een Romeins burger) en 'Lust z nach Bearlin comen' (Lasst sie nach Berlin kommen).
Ende die seyde dat sij gheen ander antwoort en gheeft dan dat sij niet en wilt comen.
Het is te voorzien dat tal van voorname kooplieden de stad zullen verlaten, uit vrees, door de waardgelders overmeesterd te worden, “gelyck het lichtelick daertoe zoude mogen comen”.
Met dit ghebedt,, naer haer opset Meenden sy net,, sonder belet, Te comen deurt perket, 33.
En nied hier over willen comen alz de goeizte.
Getuigen wilden niet in het huis komen, dus de vicaris had het testament datelijck voor de gebueren vuijtgeroepen die om de aenclevende sieckte int huijs niet en derfde comen.(34) De Markt in 1742 door Jan de Beijer.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl